
Ondergrondse klaver is een van de veelzijdigste groenbemesters voor de moestuin. Deze kleine vlinderbloemige wordt nauwelijks hoger dan 25 cm en spreidt zich plat als een groen tapijt over de grond uit. Daarbij doet ze meerdere dingen tegelijk: ze verrijkt de bodem met stikstof, onderdrukt onkruid door de dichte bodembedekking en beschermt de grond tegen uitdroging en erosie. Als onderzaai onder groenten helpt ondergrondse klaver zelfs om plagen als de wortelvlieg of de koolaardvlo in toom te houden.
Botanisch hoort ze bij de vlinderbloemenfamilie (Fabaceae) en draagt ze de wetenschappelijke naam Trifolium subterraneum. De Latijnse soortnaam verraadt haar bijzondere eigenschap: na de bloei buigt de vruchtsteel de grond in, waar de zaden ondergronds afrijpen. Deze zogenaamde geocarpie is uniek onder de klaversoorten en heeft haar ook de Nederlandse naam ondergrondse klaver opgeleverd.
Oorspronkelijk komt ondergrondse klaver uit het Middellandse Zeegebied, waar ze op droge weiden en in open bossen van Portugal tot in Turkije voorkomt. In Australië werd ze ontdekt als nuttig gewas voor de landbouw en systematisch verder veredeld. In onze tuinen gedraagt ze zich als eenjarige en sterft ze in de winter betrouwbaar af, wat haar bijzonder onderhoudsarm maakt.
Een bijzondere rol speelt ondergrondse klaver in het mengteeltsysteem van de familie Langerhorst. Daar wordt ze gebruikt voor de zogenaamde klaverpaden, die na elke drie gewasrijen worden aangelegd. Deze klaverpaden dienen tegelijk als comfortabel werkpad, van waaruit elke groenterij binnen armlengte bereikbaar is, en als verschuivende groenbemestingsstrook die de bodem jaar na jaar van stikstof voorziet. In plaats van ondergrondse klaver kun je voor de klaverpaden ook witte klaver gebruiken. Die kun je al vanaf maart zaaien, maar je moet haar dan wel vóór de winter actief afhakken.
Cijfers en gegevens
Plant- en oogsttijden van Ondergrondse klaver
Direct zaaien van Begin April tot Eind Augustus. Het onderwerken gebeurt rond Begin Februari tot Eind Maart volgend jaar.
Ondergrondse klaver zaaien
Ondergrondse klaver zaai je uitsluitend direct in het bed. Voorzaaien is niet nodig en ook niet zinvol. Je zaait breedwerpig op losse grond. Strooi het zaad gelijkmatig uit en werk het ongeveer 1 tot 2 cm diep in de grond. Per vierkante meter heb je ongeveer 2,5 g zaad nodig.
De zaaiperiode loopt van april tot augustus. Wil je vroeg in april zaaien, let er dan op dat de temperaturen stabiel boven de 10 °C liggen. Bij een optimale 12 tot 18 °C duurt de kieming ongeveer 12 tot 18 dagen. Na 7 tot 9 weken heeft de ondergrondse klaver een volledig gewas gevormd en bedekt ze de grond dicht.
Als onderzaai onder koolgewassen zaai je de ondergrondse klaver het best zo'n 5 weken vóór het planten van het hoofdgewas. Zo heeft ze genoeg voorsprong om de grond te bedekken voordat de kool erbij komt. Bij wortels kun je de klaver direct in of naast de wortelrijen zaaien.
Juist bij zaaien vanaf mei wordt het vaak al droger. Geef dan na het zaaien regelmatig water tot het gewas gesloten is. Dat is eigenlijk het enige punt waarop ondergrondse klaver wat aandacht vraagt.
Standplaats en bodem
Ondergrondse klaver voelt zich het prettigst op zonnige tot licht halfschaduwrijke plekken. Ze komt uit de vrij droge streken rond de Middellandse Zee en verdraagt droogte duidelijk beter dan wateroverlast of blijvend natte grond.
Aan de bodem stelt ze nauwelijks eisen. Als vlinderbloemige voorziet ze zichzelf via de symbiose met wortelknolletjesbacteriën van stikstof en redt ze het daarom ook goed op voedselarme grond. De bodem moet wel los en goed doorlatend zijn. Zware, verdichte of natte plekken zijn minder geschikt. Wat de pH betreft, geeft ondergrondse klaver de voorkeur aan zwak zure tot neutrale omstandigheden.
Goede en slechte buren van Ondergrondse klaver
Ondergrondse klaver is een uitstekende partner voor wortels. De praktijk laat zien dat een dichte inzaai in of naast wortelrijen de wortelvlieg effectief verstoort. Hoe dat precies werkt, is wetenschappelijk nog niet helemaal opgehelderd, maar veel tuiniers melden duidelijk minder aantasting.
Ook koolgewassen als broccoli, witte kool, bloemkool of koolrabi profiteren sterk van ondergrondse klaver als onderzaai. Proeven van het Beierse instituut voor wijn- en tuinbouw hebben aangetoond dat ondergrondse klaver de aantasting door koolaardvlooien meetbaar vermindert. Je plant de kool gewoon in het bestaande klavertapijt.
Onder sla werkt ondergrondse klaver ook goed als bodembedekker, zonder het hoofdgewas noemenswaardig te verdringen. Ook bij prei, mais en asperge heeft ondergrondse klaver zich als onderzaai in de praktijk bewezen.
Vermijd de combinatie met andere vlinderbloemigen als erwten, bonen of wikke. Als vlinderbloemige deelt ondergrondse klaver hun beperkingen in de vruchtwisseling, en de bodemorganismen zouden eenzijdig belast raken.
Voorgangers en opvolgers van Ondergrondse klaver
Als voorvrucht is ondergrondse klaver een echt geschenk voor het volggewas. Na het afvriezen in de winter of na het onderwerken komt de vastgelegde stikstof beschikbaar voor de volgende teelt. Vooral stikstofhongerige veelvraten als kool, tomaat, paprika, aubergine, mais of selderij bedanken je met een krachtige groei.
Vóór ondergrondse klaver kun je vrijwel elke groente telen. Ze volgt graag op vroege oogsten als radijs, vroege aardappelen, sla of spinazie en gebruikt het vrijgekomen bed tot de winter als groenbemestingsvlak.
Zaai ondergrondse klaver in geen geval na andere vlinderbloemigen als erwten, bonen of andere klaversoorten. Tussen twee teelten van vlinderbloemigen op hetzelfde stuk grond moeten minstens 3 tot 4 jaar zitten om bodemmoeheid te voorkomen. Om dezelfde reden zijn vlinderbloemigen als volggewas na ondergrondse klaver ongunstig.
Rassen
In de Duitse tuinhandel wordt ondergrondse klaver meestal gewoon als Trifolium subterraneum verkocht, zonder rasaanduiding. Voor de moestuin thuis is dat ruim voldoende. Wie zich toch voor de rassenvraag interesseert: in onderzoeksprojecten hebben de rassen 'Mount Barker' en 'Denmark' zich onder Duitse omstandigheden bewezen. 'Denmark' liet daarbij een bijzonder goede biomassavorming en een betrouwbare zelfuitzaai zien. In de gewone tuinhandel zul je rassenzaad echter nauwelijks vinden, dat is eerder verkrijgbaar bij de agrarische vakhandel.
Verzorging en bemesting
Ondergrondse klaver hoort bij de meest onderhoudsarme planten in de tuin. Bemesten is niet nodig en zou zelfs averechts werken, want stikstofgiften remmen de vorming van de wortelknolletjesbacteriën waarmee de plant zichzelf voedt. Schoffelen of wieden kun je ook overslaan, omdat het dichte tapijt van klaverblaadjes onkruid vanzelf onderdrukt.
Na het zaaien geef je bij droogte water tot het gewas gesloten is. Daarna kan ondergrondse klaver ook droge periodes goed aan.
In de herfst of winter sterft ondergrondse klaver vanzelf af. Je kunt de afgestorven massa oppervlakkig in de grond werken of gewoon als mulchlaag laten liggen. Werk je haar onder, reken dan op zo'n 3 tot 6 weken verteringstijd voordat je het volggewas plant of zaait. In heel zachte winters zonder kale vorst kunnen hier en daar wat pollen overleven, maar dat is geen probleem.
Ziekten en plagen
Ondergrondse klaver is in de moestuin bijzonder robuust. Specifieke plagen die het gericht op ondergrondse klaver gemunt hebben, zijn ons niet bekend.
De belangrijkste ziekte is waarschijnlijk klaverkanker (Sclerotinia trifoliorum), die ondergrondse klaver deelt met de andere klaversoorten en veel vlinderbloemigen.
Oogst en verwerking
Ondergrondse klaver wordt in de moestuin niet geoogst en gegeten. Haar waarde zit volledig in de bodemverbetering en in haar rol als begeleidende plant voor andere gewassen. In plaats van een oogsttijdstip zie je hier het onderwerken. Dat is het moment waarop je de afgestorven of nog groene klaver inwerkt om de grond voor het volggewas klaar te maken. Het best werk je de plantenmassa in het voorjaar in, nadat ze in de winter is afgevroren. In de zomer, als je de klaver vóór de zaadrijping wilt onderwerken, volstaat oppervlakkig inharken. Reken daarna in de zomer op minstens 2 tot 3 weken en in het koelere voorjaar op tot 6 weken wachttijd voordat je het volgende gewas plant. In die tijd verteren de plantenresten en komen de tijdelijk vastgelegde voedingsstoffen weer beschikbaar voor de planten.