Alexandrijnse klaver kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Trifolium alexandrinum
Botanische naam
Trifolium alexandrinum
Plantencategorie
Groenbemesting
Alexandrijnse klaverUzi Paz Pikiwiki / CC BY 2.5

Alexandrijnse klaver komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en wordt al duizenden jaren in Egypte geteeld. Zijn naam dankt hij aan de stad Alexandrië. In onze streken heeft hij zich sinds de jaren vijftig gevestigd als groenbemester en doet hij in de moestuin stil maar doeltreffend werk voor de bodem.

Als eenjarige vlinderbloemige uit de familie van de peulvruchten verschilt Alexandrijnse klaver duidelijk van zijn meerjarige familieleden zoals rode of witte klaver. Zijn rechtopstaande, holle stengel wordt 60 tot 100 cm hoog en vertakt goed. De bladeren zijn langwerpig-ovaal, en in de zomer verschijnen witachtige tot bleekgele bloemhoofdjes die honingbijen en wilde bijen aantrekken.

Wat Alexandrijnse klaver zo waardevol maakt als groenbemester, is de combinatie van tempo en prestatie. In slechts zes tot acht weken bouwt hij een flinke hoeveelheid plantenmassa op. Via de symbiose met wortelknolbacteriën (rhizobia) bindt hij stikstof uit de lucht en maakt die beschikbaar in de bodem. Zijn penwortel dringt door tot in diepere bodemlagen en maakt verdichte plekken op natuurlijke wijze los. Na de eerste flinke vorst sterft hij betrouwbaar af en laat hij een mulchlaag achter die je in het voorjaar makkelijk kunt inwerken.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon
Voedingsbehoefte
Lichte vreter
Moeilijkheidsgraad
Makkelijk
Groenbemesting
Bindt stikstof via wortelknolbacteriën, Breekt verdichte diepe bodemlagen open, Onderdrukt onkruid bijzonder goed, Waardevolle bijen- en insectenweide, Legt bodemstikstof vast tegen uitspoeling
Vorstbestendigheid
Vorstgevoelig van -3 °C
Rijafstand
18 cm
Plantafstand
1 cm
Groeihoogte
60 - 100 cm
Zaai diepte
2 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
8 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
15 - 20 °C
Kiemtype
Licht en donker

Plant- en oogsttijden van Alexandrijnse klaver

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Onderwerken

GroenbemestingDirect zaaien van Midden April tot Eind Mei. Het onderwerken gebeurt rond Begin September tot Eind November.

GroenbemestingDirect zaaien van Midden Juli tot Eind Augustus. Het onderwerken gebeurt rond Begin Oktober tot Eind November.

Alexandrijnse klaver zaaien

Alexandrijnse klaver zaai je altijd direct in de volle grond. In het voorjaar kun je vanaf half april zaaien, zodra de bodem minstens 8 °C warm en goed opgedroogd is. Als tussenteelt na geoogste vroege groenten is de beste tijd van juli tot begin augustus, uiterlijk half augustus, zodat de planten voor de eerste vorst nog genoeg massa kunnen opbouwen.

Het bed moet fijnkruimelig en goed bezakt zijn; grove kluiten remmen de kieming. De zaden gaan 1 tot 2 cm diep de grond in. Voor breedwerpig zaaien in de moestuin reken je op ongeveer 20 tot 25 g per vierkante meter. Belangrijk: druk of rol het oppervlak na het zaaien goed aan, zodat de zaden goed contact maken met de bodem. Bij voldoende vocht verschijnen de eerste kiemplantjes na 7 tot 14 dagen.

Op koelere plekken of bij late zaai in het voorjaar loont het om de ijsheiligen af te wachten. De jonge plantjes zijn gevoelig voor late nachtvorst. Blijft het na het zaaien droog, geef dan voorzichtig water, want juist in de jeugdfase heeft Alexandrijnse klaver gelijkmatig vocht nodig.

Standplaats en bodem

Alexandrijnse klaver is een mediterrane plant en houdt van warmte en zon. Op een plek in de volle zon presteert hij duidelijk beter; in de halfschaduw groeit hij trager en vormt hij minder biomassa. Zware kleigrond en natte voeten vindt hij niet fijn.

Voor de stikstofbinding via de wortelknolbacteriën heeft de bodem een pH-waarde tussen 6,0 en 7,5 nodig. Op te zure grond vestigen de rhizobia zich niet goed en verdwijnt het hele groenbemestingseffect. Een goede basisvoorziening met fosfor en kali helpt ook, maar extra stikstofmest werkt averechts, want te veel stikstof in de bodem remt de vorming van wortelknolletjes.

Goede en slechte buren van Alexandrijnse klaver

Alexandrijnse klaver wordt meestal als groenbemester op lege bedden gezaaid en niet direct tussen groenterijen geplant. In sommige situaties kun je hem wel langs bedranden of tussen bredere rijen inzetten. Koolgewassen zoals witte kool of koolrabi profiteren als sterke voeders van de stikstofverrijking als de klaver in de buurt groeit. Wortels met hun diepe wortels concurreren nauwelijks met de klaver en waarderen de bodembedekking tegen onkruid. Ook uien profiteren van het dichte bodemdek, dat vocht vasthoudt en onkruid onderdrukt.

Alexandrijnse klaver verdraagt zich slecht met andere vlinderbloemigen zoals bonen, erwten of tuinbonen. Er dreigt zogenaamde vlinderbloemigenmoeheid met duidelijke groeiverliezen, en ziektes worden gedeeld.

Goede buren
Slechte buren

Voorgangers en opvolgers van Alexandrijnse klaver

De grote kracht van Alexandrijnse klaver zit in de vruchtwisseling. Hij laat gebonden stikstof, organische massa en een losse bodemstructuur achter, waar de volgende teelt direct van profiteert. Vooral sterke voeders zoals kool, pompoen, courgette en tomaten zijn ideale opvolgers en kunnen de stikstofvoorraad goed benutten. Ook mais hoort op grotere schaal bij de dankbare volggewassen.

Na Alexandrijnse klaver mogen in geen geval andere vlinderbloemigen volgen, dus geen bonen, erwten of linzen. Ook voor je opnieuw klaver op hetzelfde stuk zaait, moeten minstens drie tot vier jaar verstrijken om klaverkanker en andere vruchtwisselingsziektes te vermijden. Omgekeerd zijn andere klaversoorten en vlinderbloemigen ook slechte voorvruchten voor Alexandrijnse klaver.

Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Zeer slechte voorlopers
Goede opvolgers
Slechte opvolgers
Zeer slechte opvolgers

Rassen

Het rassenaanbod van Alexandrijnse klaver is overzichtelijk. Voor groenbemesting in de tuin worden bijna uitsluitend meersnedige rassen gebruikt. Het ras 'Tabor' valt op door een bijzonder snelle massavorming in de jeugdfase en een vroege bloei, wat het interessant maakt voor korte teeltperiodes. 'Otto' is een degelijk allroundras met goede stevigheid. Bij het kopen van zaad loont het om naar het duizendkorrelgewicht te kijken: waarden tussen 2,7 en 3,2 g wijzen op meersnedige rassen die geschikt zijn voor groenbemesting.

Verzorging en bemesting

Alexandrijnse klaver is bijzonder makkelijk in onderhoud en heeft nauwelijks aandacht nodig als hij eenmaal opgekomen is. In de jeugdfase is voldoende bodemvocht belangrijk, later redt het gewas zich prima alleen.

Wil je de klaver als bijenweide gebruiken, laat hem dan staan tot de volle bloei. Moet hij eerder als levende mulchlaag dienen, dan kun je hem voor de bloei terugsnoeien tot ongeveer 6 à 7 cm; dat stimuleert nieuwe uitloop.

Het inwerken als groenbemester doe je het best kort voor of aan het begin van de bloei, dus ongeveer zes tot acht weken na het zaaien. Op dat moment is de verhouding tussen koolstof en stikstof in de plantenmassa het gunstigst en komen de voedingsstoffen na het ondermengen snel vrij. Werk het materiaal ondiep in de bodem, maximaal 5 tot 10 cm diep. Na het inwerken wacht je twee tot drie weken voor je de volgteelt plant, zodat de zogenaamde stikstofblokkade voorbij is.

Ziekten en plagen

Klaverkanker (Sclerotinia) is de belangrijkste schimmelziekte en tast de stengelvoet en bladeren aan, vooral bij vochtig weer. Voorkomen lukt het best met een ruime vruchtwisseling met minstens drie tot vier jaar pauze tussen klaversoorten. Ook een niet te dicht gewas en een goede luchtcirculatie helpen.

Zwarte vlekkenziekte treedt op bij aanhoudend vochtige omstandigheden. Stengelbrand (Kabatiella caulivora) overleeft op plantenresten, maar is bij de eenjarige Alexandrijnse klaver minder problematisch dan bij meerjarige klaversoorten. Af en toe verschijnt meeldauw, vooral als op vochtige periodes droogte volgt.

Bij de plagen kunnen bladluizen bij massaal optreden de groei remmen. Nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes en zweefvliegen houden de populatie normaal gesproken in toom. Ook klaverspitsmuisjes (kleine snuitkevers) en bladrandkevers komen voor, maar richten bij gezonde gewassen nauwelijks noemenswaardige schade aan. Stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) vermijd je met ruime vruchtwisselingen.

Oogst en verwerking

Alexandrijnse klaver belandt niet op je bord; zijn oogst is het inwerken in de bodem. Het beste moment pak je kort voor of bij het begin van de bloei, wanneer de plantenmassa haar maximum bereikt heeft en de koolstof-stikstofverhouding het gunstigst is. Dit moet twee tot vier weken voor het planten van de volgteelt gebeuren.

Afgesneden plantenmateriaal kun je ook op de compost gooien. Het hoge stikstofgehalte van de nog jonge plantendelen werkt daar als natuurlijke activator en versnelt de vertering. Als bijenweide laat je het gewas het best tot de volle bloei staan voor je het inwerkt. De nectarrijke bloemen worden door honingbijen en wilde bijen evenzeer gewaardeerd.