Haver kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Avena sativa cultuurhaver
Andere namen
cultuurhaver
Botanische naam
Avena sativa
Plantencategorie
Groenbemesting
HaverW. Carter / CC BY-SA 4.0

Haver (Avena sativa) hoort bij de grassenfamilie en is een van de oudste cultuurgewassen van Midden-Europa. In de moestuin speelt hij een dubbele rol, want je kunt hem zowel als groenbemester voor een betere bodem telen als voor de korreloogst. Haver komt oorspronkelijk uit West-Azië en verspreidde zich via de Kelten en Germanen over heel Noord-Europa. Tot de aardappel zijn intrede deed, was hij een belangrijk basisvoedsel.

Anders dan andere granen bloeit haver niet in aren, maar vormt hij een kenmerkende, naar alle kanten gerichte pluim die tijdens het afrijpen sierlijk overhangt. De holle halmen worden afhankelijk van de soort 60 tot 150 cm hoog. In de biologische tuinbouw staat haver hoog aangeschreven, omdat hij als zogenoemd rustgewas geen geschikte waard is voor veel typische graanziekten en zo ziektecycli in de bodem doorbreekt.

Juist als groenbemester heeft haver veel te bieden: zijn wortelstelsel maakt verdichte bodemlagen los, de snelle en dichte groei onderdrukt onkruid effectief, en hij vangt overtollige stikstof op voordat die naar het grondwater uitspoelt. In een mengsel met vlinderbloemigen zoals wikke of erwten neemt hij de rol van steungewas op zich, waar de klimmende partners zich aan omhoogtrekken.

Plant- en oogsttijden van Haver

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Verplanten
Oogst / Onderwerken

Direct zaaien van Begin Januari tot Eind December. Verplanten van Begin Januari tot Eind December. Voorzaaien ongeveer dagen voor het verplanten, ongeveer tussen Begin Januari en Eind December.

GroenbemestingDirect zaaien van Begin Januari tot Eind December. Verplanten van Begin April tot Midden September. Voorzaaien ongeveer dagen voor het verplanten, ongeveer tussen Begin April en Midden September.

Haver zaaien en planten

Haver breng je uitsluitend door directe zaai in het bed. Zomerhaver zaai je zo vroeg mogelijk, vanaf eind februari tot april. Als koudekiemer komt hij al op gang bij bodemtemperaturen vanaf 4 tot 5 °C, en vroeg zaaien is uitdrukkelijk gewenst, want laat zaaien geeft een zwakker gewas.

De zaaidiepte ligt op 3 tot 4 cm. Omdat haver een donkerkiemer is, dek je de zaden af met aarde en druk je het oppervlak daarna licht aan, zodat het contact met de bodem zorgt voor een gelijkmatige opkomst. Bij breedwerpig zaaien reken je op ongeveer 150 tot 200 g zaad per vierkante meter. Zaai je op rijen, dan volstaat een afstand van 15 tot 20 cm tussen de rijen.

Voor groenbemesting kun je haver van april tot eind augustus zaaien. Een najaarszaai als vorstgevoelige wintergroenbedekking lukt nog tot ongeveer eind september, mits de planten genoeg tijd hebben om voldoende biomassa op te bouwen. In een mengsel met wikke of erwten verlaag je de zaaidichtheid van beide partners naar rato.

Standplaats en bodem

Van alle granen stelt haver de laagste eisen aan bodem en standplaats. Hij groeit het best in de volle zon, maar redt zich ook in halfschaduw. Lichte tot middelzware grond is ideaal, al doet haver het ook op zware kleigrond zonder problemen. Hij verdraagt zelfs licht zure omstandigheden met een pH tussen 5,0 en 7,0.

Een gelijkmatig vochtige bodem waardeert hij, maar korte droogte verdraagt hij ook. Het meest op zijn plek voelt hij zich in een gematigd klimaat met voldoende neerslag. Als weinig eisende teelt heeft hij geen bijzondere bemesting nodig, als groenbemester al helemaal niet.

Goede en slechte buren van Haver

Erwten zijn een van de beste buren voor haver in een mengteelt. De haver geeft de erwtenranken als steungewas houvast en voorkomt dat het gewas omvalt. In ruil binden de erwten stikstof uit de lucht in de bodem, waar ook de haver van profiteert. Zulke mengsels houden bladluizen efficiënt in toom, omdat ze zweefvliegen aantrekken.

Ook de veldboon combineert uitstekend met haver. In de biologische landbouw heeft deze combinatie zich vooral in droge jaren bewezen, omdat de partners elkaar kunnen opvangen zodra een van beide onder stress komt.

Linzen laten zich eveneens goed met haver combineren, vooral op drogere plekken. De haver levert structuur en onderdrukt tegelijk het onkruid.

Mais is daarentegen een slechte buur. Beide concurreren stevig om licht en voedingsstoffen, en mais bevordert vrijlevende aaltjes in de bodem die de haver schaden.

Zeer goede buren
Goede buren
Slechte buren
Zeer slechte buren

Voorgangers en opvolgers van Haver

In de vruchtwisseling geldt haver als rustgewas, omdat hij voor veel graanziekten zoals oogvlekkenziekte of tarwehalmdoder geen geschikte waard is. Peulvruchten voor korrelteelt zoals erwten, veldbonen of linzen zijn ideale voorvruchten, want ze laten stikstof achter in de bodem en onderbreken de vermeerderingscyclus van graanbelagers.

Na haver profiteren bijna alle groenten: sterke eters zoals kool, pompoen, tomaten of mais benutten de verbeterde bodemstructuur en de stikstof die uit de ingewerkte biomassa vrijkomt. Wortelgroenten zoals wortelen, pastinaak of rode biet waarderen de diepe doorworteling die de haver in de bodem achterlaat.

Haver na haver moet je beslist vermijden. Door die opeenvolging bouwt het havercystenaaltje zich op in de bodem en veroorzaakt kwijnende groei. Reken op een teeltpauze van minstens twee jaar. Zaai ook geen haver direct na mais, want mais kan fusarium en vrijlevende aaltjes in de bodem bevorderen.

Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Zeer slechte voorlopers
Goede opvolgers
Slechte opvolgers
Zeer slechte opvolgers

Rassen

Bij haver onderscheid je in de eerste plaats gepelde haver en naakte haver. Bij gewone haver blijft de korrel omsloten door kafjes en moet hij na de oogst gepeld worden. Naakte haver verliest de kafjes vanzelf bij het dorsen en is daardoor veel geschikter voor verwerking in je eigen keuken.

Voor groenbemesting voldoet elk gangbaar zomerhaverras. Wil je korrels oogsten, kijk dan wat preciezer naar de rassen: Apollon is een gele haver met kafjes en betrouwbare opbrengsten in de biologische teelt. Bison scoort met korte, stevige groei en goede meeldauwresistentie. Voor korrelverwerking thuis loont een blik op naakte haverrassen als Saul of Elbany.

Verzorging en bemesting

Haver is de meest genoegzame graanteelt die er is. Verwijder onkruid voor het zaaien of kort erna, want zodra de planten goed zijn opgekomen, onderdrukken ze onkruid vanzelf door hun snelle, dichte groei.

Gieten is alleen nodig bij aanhoudende droogte tijdens de kieming. Daarna redt haver zich prima. Als groenbemester kun je bemesting helemaal achterwege laten. Het grootste praktische probleem in de teelt is legering, oftewel het omknikken van de halmen bij wind of te weelderige groei. In de tuin zonder kunstmest gebeurt dat zelden.

Gebruik je haver als groenbemester, werk hem dan het best in vóór de zaadrijping, zo'n 6 tot 8 weken na de kieming, wanneer de biomassa maximaal maar nog sappig groen is. Na het inwerken reken je op minstens 4 tot 6 weken verteringstijd voordat de volgteelt de grond in mag. Bij najaarszaai vriest haver dood bij temperaturen onder min 8 °C en vormt hij een beschermende mulchlaag die je in het voorjaar eenvoudig inhakt.

Ziekten en plagen

Haver is duidelijk robuuster dan andere granen, toch zijn er een paar problemen die je moet kennen. Haverstuifbrand (Ustilago avenae) is een zaadoverdraagbare schimmelziekte: aangetaste pluimen vormen zwartbruine sporenmassa's in plaats van korrels. Voor groenbemesting maakt dat niets uit, want je oogst geen korrel. Teel je haver om te eten, gebruik dan gecertificeerd zaad en resistente rassen.

Meeldauw (Blumeria graminis) laat zich zien als een witte, meelachtige laag op bladeren en halmen, vooral bij warm en droog weer. Stevige rassen als Bison zijn hier duidelijk weerbaarder.

De belangrijkste belager is het havercystenaaltje (Heterodera avenae), dat pleksgewijs kwijnende groei veroorzaakt. Dit aaltje bouwt zich vooral op wanneer haver op haver volgt, en daarom is een teeltpauze van minstens twee, liever drie jaar zo belangrijk. In mengteelten met vlinderbloemigen storten bladluizenpopulaties trouwens sneller in dan in monoculturen, omdat nuttige insecten als zweefvliegen zich daar beter vermeerderen.

Oogst en verwerking

Als voedingsgraan is haver vanaf half augustus oogstrijp, wanneer de korrels een vochtgehalte van ongeveer 14 % bereikt hebben. Te lang wachten vergroot het risico dat de korrels op de halm uitlopen. Haver met kafjes moet na het dorsen nog gepeld worden, wat in de tuin zonder speciaal apparaat nauwelijks te doen is. Naakte haver kun je na dorsen en schonen direct verder verwerken en is daardoor veel geschikter voor thuisgebruik.

Als groenbemester maai of mulch je de haver kort voor of bij het begin van de bloei, wanneer de biomassa het grootst is en de verhouding tussen koolstof en stikstof nog gunstig is voor een snelle vertering. Gedroogde haverkorrels blijven koel en droog bewaard meerdere jaren goed. Bewaar ze het liefst in papieren zakken of ademende bakken.