Prei naast kool?

Peter Turner Photography/Shutterstock.com

Ik werk op dit moment onze hele plantendatabase door. De aanleiding is de nieuwe Tuinfee die in versie 2.0 komt. Ze vult vrije plekken en periodes in het bed op, stelt groenbemesting voor en kan desgewenst zelfs een hele tuin plannen op basis van de nieuwe wensenlijst. Om zinnige voorstellen te doen, moeten de gegevens erachter kloppen. Bij het testen stuitte ik op onduidelijkheden bij de buren en bij de indeling van voorgangers en opvolgers. Dus loop ik alles nog een keer na voordat 2.0 uitkomt.

Een geval waar ik net wat langer op heb zitten broeden, zijn de looksoorten en kool. Dus bijvoorbeeld ui, knoflook, prei en bieslook aan de ene kant, witte kool, broccoli, koolrabi en de rest aan de andere kant. Ik neem je mee in hoe ik bij dit duo tot een besluit ben gekomen, en waarom.

Drie landen, drie meningen

Bij het onderzoek verbaasde het me dat je een ander antwoord krijgt, afhankelijk van het land waarin je zoekt.

In de Duitse tabellen gelden ui en prei bijna overal als slechte buren voor kool. Als reden worden meestal etherische oliën genoemd, die de kool zouden schaden. In de Engelstalige literatuur is het omgekeerd. Daar worden ui en knoflook aanbevolen als zeer goede koolpartners, waarvan de zwavelgeur de plagen op afstand zou houden. En in Frankrijk is er nog een derde weg, want daar maken ze onderscheid binnen de looksoorten. Knoflook, sjalot en prei naast kool vinden velen lastig, terwijl de ui juist vaak uitdrukkelijk wordt aanbevolen.

Drie keer dezelfde plantengroep, drie keer dezelfde geur, en drie tegengestelde conclusies. Dat is geen kwestie van goed of fout, en ik wil hier ook niet de ene traditie tegen de andere uitspelen. Elk van deze tuinculturen heeft tientallen jaren ervaring opgebouwd. Maar voor een database die in meerdere talen hetzelfde moet zeggen, is dat een echt dilemma. Op welke waarde moet ik vertrouwen als drie ervaren tradities elkaar tegenspreken?

Een vermoeden terzijde

Als je veel van die tabellen naast elkaar legt, valt er iets op. Binnen één taalgebied lijken ze sterk op elkaar. Logisch, hetzelfde onderwerp, dezelfde planten, dus ze zouden op elkaar moeten lijken. Ik ga ervan uit dat een oorspronkelijke indeling is overgenomen, doorgegeven en op een gegeven moment algemeen bekende kennis werd. Dat zou ook verklaren waarom de landen elk zo eensgezind zijn en elkaar toch onderling tegenspreken.

Ik houd ons daar niet buiten. Wij hebben immers ook in allerlei bronnen gezocht, tot nu toe vooral Duitstalige. Hier valt duidelijk nog het een en ander uit te zoeken.

Mijn huidige aanpak: eerst kijken wat aangetoond is

Omdat ik niet tussen de tradities kan en wil kiezen, heb ik me gericht op de wetenschappelijke stand van zaken en op vakliteratuur.

Het resultaat is nuchter. Voor de vaak beweerde bescherming door de uiengeur is nauwelijks hard bewijs. Onderzoek naar de koolvlieg wijst er zelfs op dat niet de geur werkt, maar simpelweg groene bladmassa als afleiding, en daarvan levert een ui weinig. Voor chemische schade aan de kool door looksoorten heb ik evenmin een deugdelijk bewijs gevonden.

Een blik in de boeken die naast mijn bureau liggen, past daarbij. Ook daar geen uitdrukkelijke waarschuwing voor deze combinatie, maar ook geen positieve aanbeveling. Dat “geen van beide” voelde voor mij nog het meest als het eerlijke antwoord. En in die boeken heb ik meer vertrouwen.

Hoe ik de burenrelatie nu indeel

Daarom voeren we looksoorten en kool als neutrale buren. Geen waarschuwing, maar ook geen aanbeveling.

Eén punt reken ik daarbij bewust niet als probleem, namelijk de vaak genoemde concurrentie om de ruimte. De twee worden immers niet pal naast elkaar gezet, maar met een flinke afstand. Door de rijafstand ontstaat de concurrentie om licht en water waarvoor soms wordt gewaarschuwd helemaal niet. Bij buren is de bodem sowieso zelden het onderwerp. Het gaat eerder om plagen, en gerichte bescherming in de ene of de andere richting is hier niet aangetoond.

Bij de vruchtwisseling wordt het interessanter

Anders wordt het als de twee niet naast elkaar, maar na elkaar in het bed staan. Hier is er een aantoonbaar voordeel, maar alleen in één richting: kool vóór looksoorten.

Kool en de andere kruisbloemigen laten bij de afbraak van hun resten stoffen achter die in de bodem worden omgezet in natuurlijke, schimmelremmende verbindingen. Dat effect heet biofumigatie. Het kan bodemgebonden ziekteverwekkers onderdrukken, waaronder de veroorzaker van het gevreesde wit. Precies het gewenste effect voor de looiteelt die daarna komt.

Waarom ui en sjalot bij de vruchtwisseling een uitzondering zijn

Er zit alleen een addertje onder het gras, en dat betreft juist de ui en haar naaste verwant, de sjalot.

De zware koolsoorten worden vaak bemest en laten stikstofrijk materiaal in de bodem achter. Voor prei of bosuien is die stikstoftoevoer geen probleem. Zaaiuien en sjalotten reageren daar juist gevoelig op. Te veel stikstof geeft bij hen zachte, slecht houdbare bollen en de bekende dikhalzen. Het mooie biofumigatievoordeel en het stikstofnadeel heffen elkaar hier ongeveer op.

Daarom behandelen we in de database de ui en de sjalot na zwaar vretende koolsoorten anders dan de rest van de looifamilie. Na een vroeg ruimende, genoegzame koolrabi is de ui daarentegen wel weer een goede opvolger.

Conclusie

Voor onze database hebben ook wij literatuur en kruistabellen doorgeploegd, we zijn dus zelf onderdeel van precies dat systeem. Maar ik hou er niet van als een database zich zekerder voordoet dan de zaak toelaat. Voor de Tuinfee geldt dat dubbel, want zij maakt uit deze waarden uiteindelijk concretere voorstellen voor het bed dan de huidige filters doen. Bij prei en kool is voor mij het eerlijkste antwoord over de burenrelatie een neutraal “geen aangetoond effect in de ene of de andere richting”. Het bruikbare verband ligt in de vruchtwisseling, en dat beelden we af waar het ook echt geldt.

Berichtnavigatie

Vorige: De grove-app voor iOS en Android is beschikbaar

Reacties

Reacties laden …

Schrijf een reactie