Rode klaver kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Trifolium pratense Paardeklaver, Koeiebloem, Schapebloem
Andere namen
Paardeklaver, Koeiebloem, Schapebloem
Botanische naam
Trifolium pratense
Plantencategorie
Groenbemesting
Rode klaverИринаЯ / CC BY-SA 4.0

Rode klaver hoort bij de vlinderbloemigen en is daarmee familie van erwten, bonen en lupines. Ze voelt zich thuis in de wei, waar vrijwel iedereen haar kent. In de moestuin speelt ze echter een heel andere rol dan in het grasland. Hier is rode klaver een van de beste groenbemesters die er zijn.

Wat haar zo waardevol maakt, zijn minuscule helpers aan de wortels: wortelknolletjesbacteriën van het geslacht Rhizobium, zoals we die bij alle vlinderbloemigen kennen. Deze bacteriën halen stikstof rechtstreeks uit de lucht en maken die in de bodem beschikbaar voor planten. Wie het ene jaar rode klaver teelt, bespaart het jaar erna een hoop mest.

Daar komt een penwortel bij die makkelijk twee meter diep de bodem in gaat. Die breekt verdichte lagen open en haalt voedingsstoffen uit de diepte naar boven. Bovengronds vormt rode klaver een dichte, vlakdekkende begroeiing waar onkruid nauwelijks kans krijgt. Van mei tot september bloeien de roze tot purperrode bloemhoofdjes en trekken hommels, bijen en andere bestuivers aan. In het vierslagstelsel in de biotuin neemt rode klaver het groenbemestingsjaar voor haar rekening, voordat de sterkvreters aan de beurt zijn.

Belangrijk: je moet de rode klaver meerdere keren per jaar maaien vóór het zaad rijpt, anders zaait ze zichzelf uit. Meer daarover in het stuk over verzorging.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon / halfschaduw
Voedingsbehoefte
Lichte vreter
Moeilijkheidsgraad
Makkelijk
Groenbemesting
Bindt stikstof via wortelknolbacteriën, Breekt verdichte diepe bodemlagen open, Onderdrukt onkruid bijzonder goed, Waardevolle bijen- en insectenweide
Vorstbestendigheid
Beperkt winterhard tot -15 °C
Rijafstand
25 cm
Plantafstand
1 cm
Groeihoogte
20 - 70 cm
Zaai diepte
1 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
5 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
15 - 20 °C
Kiemtype
Licht

Plant- en oogsttijden van Rode klaver

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Onderwerken
Onderwerken (volgend jaar)

Direct zaaien van Midden Maart tot Eind Augustus. Het onderwerken gebeurt rond Begin Maart tot Eind April volgend jaar.

Rode klaver zaaien

Rode klaver breng je uitsluitend via directe zaai in het bed. Als groenbemester zaai je haar het best breedwerpig, dus gewoon gelijkmatig over het oppervlak strooien. Ongeveer 15 tot 20 gram per vierkante meter is een goede richtwaarde.

Rode klaver is een lichtkiemer. Het zaad mag maar 0,5 tot 1 cm diep de grond in, dus echt alleen heel licht inharken of aandrukken. Goed contact met de bodem is bepalend voor de kieming. Het makkelijkst bereik je dat door na het zaaien met een plank of de achterkant van een hark over het oppervlak te gaan.

De beste zaaitijd ligt tussen half maart en half augustus. Zaaisels in het voorjaar en de vroege zomer geven de beste resultaten. De bodem moet minstens 5 °C zijn, optimaal is 15 tot 20 °C. Als er op jouw perceel al lang geen klaver meer heeft gestaan, kan het lonen het zaad vóór het zaaien te enten met een preparaat van wortelknolletjesbacteriën. Zo weet je zeker dat de stikstofsymbiose ook echt op gang komt.

Standplaats en bodem

Rode klaver staat het liefst zonnig tot halfschaduw. Dankzij haar diepe penwortel doorstaat ze ook langere droge periodes verrassend goed. De ideale bodem is voedselrijk en doorlatend; van zandige leem tot middelzware leemgrond past alles goed. Natte voeten verdraagt rode klaver helemaal niet, en op heel zandige, ondiepe gronden of veengrond heeft ze het zwaar.

De pH speelt een belangrijke rol: onder 5,5 wordt het lastig, omdat de wortelknolletjesbacteriën zich in een zuur milieu niet goed kunnen ontwikkelen. Optimaal ligt de pH tussen 6,0 en 7,5. Heb je een zure bodem, werk dan vóór het zaaien wat kalk in.

Goede en slechte buren van Rode klaver

In de moestuin gebruik je rode klaver zelden als directe bedpartner naast de sla. Haar kracht ligt in de groenbemestingsrotatie of als vlakdekkende begroeiing van braakliggende grond. Toch zijn er een paar combinaties die goed of juist slecht uitpakken.

In groenbemestingsmengsels vult rode klaver phacelia (bijenvriend) prachtig aan. Beide bloeien op iets verschoven momenten en bieden samen een lang voedselaanbod voor insecten. Ook met grassen kan rode klaver prima overweg: de grassen geven steun, de klaver levert stikstof.

Alle vlinderbloemigen verdragen elkaar slecht als ze dicht op elkaar staan. Erwten, bonen en lupines delen met rode klaver vergelijkbare ziekteverwekkers en voedingsbehoeften. Direct naast elkaar bevordert dat bodemmoeheid en ziektes zoals klaverkanker. Ook naast aardappelen is rode klaver geen goede keuze, omdat ritnaalden zich in de bodem kunnen vermeerderen en de aardappelen daarna aantasten.

Goede buren
Slechte buren

Voorgangers en opvolgers van Rode klaver

De vruchtwisseling is het eigenlijke kernthema bij rode klaver. Als voorvrucht laat ze een met stikstof verrijkte en diep losgemaakte bodem achter. Vooral alle sterkvreters profiteren daarvan: koolsoorten als wittekool of rodekool, pompoen en courgette, maar ook tomaten en aubergines nemen de opgeslagen stikstof dankbaar op. Na het inwerken van de klaver komt de voeding in twee fases vrij: het grootste deel van de stikstof komt in de eerste vier tot acht weken vrij, daarna zorgen de wortelresten op lange termijn voor een hoger humusgehalte.

Wat je beslist moet vermijden: andere vlinderbloemigen direct vóór of na rode klaver telen. Erwten, bonen, luzerne en andere klaversoorten delen dezelfde ziekteverwekkers. Ook aardappelen als volgteelt zijn ongunstig, omdat na klaver vaker ritnaalden opduiken. Tussen twee klaverzaaisels op hetzelfde stuk grond houd je minstens drie jaar of meer pauze. De reden: de klaverkankerschimmel (Sclerotinia trifoliorum) vormt overlevingslichaampjes die jarenlang in de bodem blijven.

Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Zeer slechte voorlopers
Goede opvolgers
Slechte opvolgers
Zeer slechte opvolgers

Rassen

In de handel vind je rode klaver meestal zonder precieze rasnaam als groenbemestingszaad. Er zijn wel degelijk verschillen. In grote lijnen onderscheid je twee typen: gewone rode klaver, die na het maaien snel hergroeit en meerdere keren bloeit, en late rode klaver met een late maar opbrengstrijke bloei. Voor de huistuin is gewone rode klaver de betere keuze, omdat ze flexibeler is en langer bloeit.

Let bij het kopen van zaad op een kiemkracht van meer dan 85 procent en een zuiverheid van meer dan 98 procent. Is op jouw perceel al klavermoeheid bekend, kies dan rassen die resistent zijn tegen klaverkanker. Tetraploïde rassen (met een verdubbelde chromosomenset) vormen grotere bladeren en grovere stengels en bedekken de bodem bijzonder goed. Diploïde rassen groeien wat fijner.

Verzorging en bemesting

Rode klaver is uitgesproken onderhoudsarm. Bemesten hoeft niet, want de stikstof maakt ze zelf. Bij het zaaien kan een kleine gift fosfor of kali de jeugdgroei ondersteunen, maar nodig is dat zelden.

Het enige kritische moment is de jeugdfase: rode klaver groeit in het begin vrij traag en kan door onkruid overwoekerd raken. Een schoningssnede bij ongeveer 15 tot 20 cm hoogte helpt het gewas zich te vestigen. Daarna bedekt ze de bodem zo dicht dat onkruid er nauwelijks nog doorheen komt.

Als groenbemester moet je de klaver regelmatig maaien vóór het zaad rijpt. Ze bloeit al in de eerste zomer en zou anders genoeg zaad vormen om zich blijvend in het bed te vestigen. Maai haar daarom af zodra ongeveer de helft van de bloemhoofdjes volop bloeit, maar de peulen nog niet rijpen. Omdat rode klaver na het maaien weer uitloopt vanuit de wortelstok, herhaal je dat in de loop van het groenbemestingsjaar meestal twee keer: een eerste snede in de vroege zomer en een tweede in de nazomer. Het maaisel leg je als mulch op het oppervlak of werk je ondiep in. Pas aan het einde van het groenbemestingsjaar, in de herfst of het voorjaar daarna, werk je het hele gewas definitief in, opnieuw vóór het zaad rijpt.

Tussen dat laatste inwerken en het opnieuw zaaien of planten moeten minstens drie tot vier weken zitten. Gebruik je de klaver als mulchleverancier voor naastgelegen groenterijen, trek of snijd haar dan regelmatig af en verdeel het maaisel meteen daar.

Een belangrijke opmerking voor iedereen die het mengteeltsysteem van de familie Langerhorst gebruikt: de klaverpaden daar leg je aan met witte klaver, niet met rode klaver. Rode klaver is niet betreedbaar en is daarom niet geschikt voor paden waarop je regelmatig loopt en knielt.

Ziekten en plagen

De belangrijkste ziekte bij rode klaver is klaverkanker, veroorzaakt door de schimmel Sclerotinia trifoliorum. In de herfst verschijnen eerst onopvallende zwarte vlekken op bladeren en scheuten. In de loop van de winter breidt een witachtig schimmelweefsel zich uit, aangetaste planten verwelken en sterven af. De schimmel vormt zwarte overlevingslichaampjes (sclerotiën) die meer dan zes jaar besmettelijk in de bodem kunnen blijven. De enige werkzame preventie is een voldoende lange teeltpauze van minstens vier tot zes jaar, plus gecertificeerd zaaigoed en waar mogelijk resistente rassen.

Stengelbrand (Colletotrichum trifolii) kan de stengels aantasten, maar komt bij resistente rassen duidelijk minder vaak voor. Echte meeldauw (Erysiphe polygoni) laat zich af en toe zien als witte aanslag op de bladeren, vooral in vochtig-koele periodes. Stengelaaltjes (Ditylenchus dipsaci) hopen zich op in de bodem als klaver te vaak terugkeert. Bij een aaltjesaantasting helpt alleen een verlengde teeltpauze van acht jaar.

Bladrandkevers en snuitkevers kunnen aan bladeren en wortels vreten, maar vormen in de huistuin zelden een serieus probleem. Soms duikt ook klaverwarkruid (Cuscuta epithymum) op, een parasitaire plant. Aangetaste plekken verwijder je ruim.

Oogst en verwerking

Voor het definitief inwerken maai je de klaver kort vóór of tijdens de bloei, verklein je het materiaal en werk je het ondiep in, maar 5 tot 10 cm diep, met spitvork of hark, zodat de massa aeroob kan verteren. Tussen het afsluitende inwerken en het opnieuw planten wacht je in de zomer twee tot drie weken, in het voorjaar of de herfst tot zes weken, omdat de vertering bij lagere temperaturen langzamer verloopt.

Wie wil, kan de jonge blaadjes en bloemen ook in de keuken gebruiken. De blaadjes smaken mild en nootachtig, de bloemen licht zoetig. Beide passen goed in salades, kruidenkwark of smoothies. Voor kiemgroente is er speciaal kiemzaad in de handel, dat na vijf tot acht dagen in de kiempot oogstrijp is. Gewoon groenbemestingszaad is daarvoor echter niet geschikt.