Boekweit kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Fagopyrum esculentum/tataricum Boerenboekweit
Andere namen
Boerenboekweit
Botanische naam
Fagopyrum esculentum/tataricum
Plantencategorie
Groenbemesting
BoekweitDalgial / CC BY-SA 3.0

Ondanks zijn naam heeft boekweit niets te maken met beuken of tarwe. Het hoort eigenlijk bij de duizendknoopfamilie en is daarmee verwant aan rabarber en zuring. In de tuin vervult het meerdere rollen tegelijk: het is een uitstekende groenbemester, een waardevolle drachtplant voor bijen, en je kunt het bovendien als glutenvrij pseudograan gebruiken.

Boekweit komt oorspronkelijk uit Centraal-Azië, waar het al zo'n 6.000 jaar geleden verbouwd werd. Via handelsroutes bereikte het in de 13e eeuw Europa en werd het een belangrijk voedselgewas, vooral op de schrale heide- en veengronden van Noord-Duitsland en Nederland. De driehoekige vruchten lijken op beukennootjes, wat de plant zijn naam opleverde. In sommige streken wordt het ook wel boekweitgort of zwart graan genoemd.

In de tuin wordt boekweit tegenwoordig vooral als groenbemester ingezet. Het groeit snel, kiemt al na vijf tot acht dagen en vormt in een paar weken een dicht gewas van 50 tot 120 cm hoog. De witte tot lichtroze bloemen verschijnen gedurende zo'n zes weken en vullen daarmee een belangrijk gat in het nectar­aanbod voor bijen, hommels en zweefvliegen. De larven van zweefvliegen eten bladluizen, waardoor boekweit indirect ook bijdraagt aan biologische plaagbestrijding.

Vanwege het hoge gehalte aan rutine, een flavonoïde die de bloedvaten versterkt, werd boekweitkruid in 1999 zelfs uitgeroepen tot geneeskrachtige plant van het jaar. De gepelde korrels bevatten alle acht essentiële aminozuren en zijn te gebruiken als gort, meel of vlokken.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon
Voedingsbehoefte
Lichte vreter
Moeilijkheidsgraad
Makkelijk
Groenbemesting
Breekt verdichte diepe bodemlagen open, Bestrijdt aaltjes actief, Onderdrukt onkruid bijzonder goed, Waardevolle bijen- en insectenweide, Legt bodemstikstof vast tegen uitspoeling
Vorstbestendigheid
Vorstgevoelig van 0 °C
Teeltduur
80 dagen
Rijafstand
25 cm
Plantafstand
8 cm
Groeihoogte
50 - 120 cm
Zaai diepte
3 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
8 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
15 - 20 °C
Kiemtype
Donker

Plant- en oogsttijden van Boekweit

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Oogst

GroenbemestingDirect zaaien van Begin Mei tot Eind Augustus.

ZomerDirect zaaien van Begin Mei tot Eind Augustus. Na een teeltperiode van 80 dagen kan de oogst beginnen rond Begin Augustus en duurt tot Eind Oktober.

Boekweit zaaien

Boekweit zaai je altijd direct in het bed, voorzaaien heeft geen zin. Omdat de plant extreem vorstgevoelig is, zaai je op zijn vroegst half mei, na de ijsheiligen. De laatste zaaidatum is eind augustus, zodat er nog genoeg biomassa kan groeien voor de eerste vorst.

Je kunt breedwerpig zaaien of in rijen met zo'n 25 cm tussenruimte. De zaaidichtheid is ongeveer 5 g per vierkante meter. Boekweit is een donkerkiemer en heeft een grondbedekking van ongeveer 1 tot 4 cm nodig om te kiemen. De minimale kiemtemperatuur ligt bij 8 tot 10 °C, optimaal is 15 tot 20 °C.

De kieming gaat verrassend snel: al na vijf tot acht dagen verschijnen de eerste kiemblaadjes. In deze fase heeft de grond voldoende vocht nodig, want droogte vlak na het zaaien kan de opkomst flink belemmeren. Zodra de plantjes stevig staan, kunnen ze ook droge periodes goed aan.

Standplaats en bodem

Boekweit houdt van zon en warmte. Beschutte plekken zijn ideaal. Aan de bodem stelt het nauwelijks eisen: lichte, zandige tot matig vochtige grond is prima, en zelfs zure heide- of veengrond vormt geen probleem. Waar het echter niet tegen kan, is wateroverlast of verdichte bodem.

Als lichte voeder heeft boekweit geen extra bemesting nodig. Op zeer stikstofrijke grond schiet het vooral in het blad en vormt het minder korrels. Als je het als groenbemester teelt, hoef je je over voeding helemaal geen zorgen te maken.

Goede en slechte buren van Boekweit

Boekweit is een heel ongecompliceerde partner in mengteelt. Als lid van de duizendknoopfamilie is het met vrijwel geen enkele groente verwant, dus conflicten zijn er nauwelijks.

Het combineert bijzonder goed met phacelia. Beide vriezen in de herfst af, zijn bijvriendelijk en vormen samen als groenbemestingsmix een uitstekende bodembedekker. Deze combinatie is een van de populairste groenbemestingsmengsels die er zijn.

Ook met vlinderbloemigen zoals erwten, wikke of klaver gaat boekweit prima samen. De vlinderbloemigen leggen stikstof vast uit de lucht, terwijl boekweit kalium en fosfor uit de bodem vrijmaakt. Zo vullen beide groepen elkaar perfect aan. Goudsbloemen en Afrikaantjes passen er ook goed bij, omdat ze samen een breed scala aan bestuivers aantrekken.

De weinige slechte buren zijn zijn eigen familieleden. Rabarber en de verschillende zuringsoorten horen niet direct naast boekweit te staan. Omdat ze allemaal tot de duizendknoopfamilie behoren, kunnen er gemeenschappelijke ziektes optreden en gaat het vruchtwisselingsvoordeel verloren.

Goede buren
Slechte buren

Voorgangers en opvolgers van Boekweit

Boekweit is een echte troef in de vruchtwisseling, want het is met bijna geen enkele groente verwant en geldt als uitzonderlijk vruchtwisselingsneutraal. Je kunt het zelfs in theorie meerdere keren achter elkaar op hetzelfde stuk telen zonder dat er problemen optreden.

Het werkt bijzonder goed als volgteelt na vroeg geruimde bedden. Na vroege aardappelen, sla of radijs is er nog genoeg tijd om het als groenbemester in te zaaien. Ook na maïs of erwten is het een goede keuze als groenbemester.

Als voorvrucht laat boekweit de bodem duidelijk verbeterd achter. Het diepe wortelstelsel maakt de grond losser, het mobiliseert fosfor en kalium en vermindert aaltjes. Aardbeien profiteren vooral van een boekweit-voorteelt, omdat het een schoon, onkruidarm bed achterlaat. Zware voeders zoals tomaten, courgettes, pompoenen of kool benutten de vrijgekomen voedingsstoffen optimaal. Wortelgroenten zoals wortelen, rode bieten en pastinaken waarderen de losse bodemstructuur.

Alleen voor rabarber en zuringsoorten moet boekweit niet direct als voorvrucht staan, omdat de verwantschap binnen de duizendknoopfamilie hier problemen kan veroorzaken.

Slechte voorlopers
Slechte opvolgers

Rassen

Er bestaan twee soorten boekweit. Gewone boekweit (Fagopyrum esculentum) is de juiste keuze voor de graanoogst. Het vormt grotere vruchten die goed te pellen zijn, maar als kruisbestuiver heeft het insectenbestuiving nodig. Tartaarse boekweit (Fagopyrum tataricum) is iets koudebestendiger en vormt meer bladmassa. De korrels smaken echter bitter en laten zich moeilijk pellen, waardoor het vooral als groenbemester geschikt is.

In de zaadhandel vind je vaak groenbemestingszaad dat simpelweg als 'boekweit' wordt verkocht, zonder rasnaam. Wil je gericht korrels voor de keuken oogsten, let dan op zaad dat uitdrukkelijk als gewone boekweit is aangemerkt. Er bestaan enkele benoemde rassen zoals Billy met goede pelbaarheid of Bamby voor zowel korrel- als groenbemestingsteelt.

Verzorging en bemesting

Boekweit hoort bij de meest onderhoudsarme planten in de tuin. Na het zaaien kun je eigenlijk achterover leunen. Bemesting is niet nodig en bij de korrelproductie zelfs averechts, omdat te veel stikstof de plant in het blad jaagt in plaats van vruchten te laten zetten.

Water geven hoef je alleen tijdens de kiemfase. Daarna kan boekweit droogte prima aan, terwijl wateroverlast schadelijk is. Schoffelen en wieden kun je ook vergeten, want het dichte gewas beschaduwt de bodem zo grondig dat onkruid nauwelijks kans krijgt.

Gebruik je boekweit als groenbemester, dan heb je twee opties: of je werkt het kort voor de bloei in, dan verteert de sappige biomassa bijzonder snel. Of je laat de planten tot de eerste vorst staan. De bevroren massa vormt een beschermende mulchlaag over de winter en laat zich in het voorjaar makkelijk inwerken. Wil je niet dat boekweit zich door zelzaai verspreidt, maai het dan voor de zaadrijpheid af.

Ziekten en plagen

Boekweit is een buitengewoon robuuste plant. Ziektes en plagen spelen in de tuin vrijwel geen rol. Doordat het als lid van de duizendknoopfamilie botanisch behoorlijk op zichzelf staat, ontbreken de gespecialiseerde plaaginsecten die andere gewassen teisteren.

Bij heel nat weer en een dicht gewas kan af en toe boekweitmeeldauw (Ramularia fagopyri) optreden. Die uit zich als grijswitte vlekken op de bladeren, maar is in de moestuin zelden een serieus probleem en vraagt geen bestrijding.

Een punt van aandacht: de zaadschil bevat de fototoxische stof fagopyrine. Gevoelige mensen kunnen bij huidcontact met bloeiende of vruchtdragende planten in fel zonlicht huidreacties krijgen. Handschoenen dragen bij de oogst is dus geen overbodige luxe.

Oogst en verwerking

Bij de korreloogst vraagt boekweit wat geduld en handigheid. De plant bloeit en zet vruchten tegelijkertijd op verschillende plekken, waardoor nooit alle korrels tegelijk rijp zijn. Het beste oogstmoment is aangebroken wanneer ongeveer twee derde van de korrels donkerbruin gekleurd is.

Om te oogsten knip je de planten af en zet je ze in kleine bundels te drogen. Na ongeveer een week kun je de korrels uitdorsen. Vers geoogste korrels moet je snel drogen, anders bederven ze vlug. Droog en koel bewaard houden ze meerdere maanden.

Voor consumptie moeten de korrels gepeld worden, want de schil bevat fagopyrine. Gepelde boekweit kun je malen tot meel, koken als gort (in Oost-Europa bekend als kasja) of verwerken tot vlokken. Boekweit is glutenvrij en levert hoogwaardig eiwit met alle essentiële aminozuren.

Als je boekweit puur als groenbemester gebruikt, hoef je natuurlijk helemaal niet te oogsten. Alle plantenmassa blijft op het bed en wordt na het afvriezen of bewust voor de zaadrijpheid in de grond gewerkt.