
Witte klaver hoort bij de vlinderbloemenfamilie en komt in Europa van oudsher voor. Hij groeit kruipend, vormt via uitlopers dichte, lage tapijten en bloeit van mei tot oktober met mooie witte bloemhoofdjes. Deze bloemen zijn een feest voor honingbijen en wilde bijen, want de nectar is ook voor soorten met een korte tong goed bereikbaar. Tientallen wilde bijensoorten en talloze vlinders gebruiken hem als voedselbron.
In de moestuin speelt witte klaver een heel bijzondere rol. Als vlinderbloemige leeft hij in symbiose met knolletjesbacteriën (rhizobia), die stikstof uit de lucht binden en aan de bodem afgeven in een vorm die planten kunnen opnemen. Tegelijk bedekt hij de grond volledig, onderdrukt hij onkruid en beschermt hij tegen erosie. Zijn wortels reiken tot ongeveer 70 cm diep, maken verdichte lagen los en verbeteren de bodemstructuur duurzaam.
Witte klaver is vooral bekend als onderdeel van de klaverpaden in het mengteeltsysteem van de familie Langerhorst. In dit systeem leg je na elke drie groenterijen een klaverstrook van ongeveer 40 cm breed aan, die tegelijk als werkpad en als stikstofleverancier dient. De rijen en de klaverpaden schuiven elk jaar een stukje op, zodat het hele bed stap voor stap van de groenbemestingswerking profiteert. Als alternatief kun je ook ondergrondse klaver gebruiken. Meer daarover lees je in ons tuinkennisartikel.
Cijfers en gegevens
Plant- en oogsttijden van Witte klaver
Direct zaaien van Begin Maart tot Eind September. Het onderwerken gebeurt rond Begin Februari tot Eind Maart volgend jaar.
Witte klaver zaaien
Witte klaver zaai je uitsluitend direct in het bed. Strooi het fijne zaad breedwerpig uit en hark het maar heel oppervlakkig in, als lichtkiemer niet dieper dan 1 tot 2 cm.
Zaaien kan van maart tot september. Voor gebruik als groenbemester zijn augustus en september bijzonder geschikt, omdat de klaver zich dan nog vóór de winter goed kan vestigen. In het systeem van de familie Langerhorst wordt vanaf maart gezaaid, zodra de grond bewerkbaar is. De kieming duurt bij temperaturen vanaf 15 °C ongeveer één tot twee weken. Tot die tijd houd je het oppervlak gelijkmatig vochtig. Reken op ongeveer 5 g zaad per vierkante meter.
Standplaats en bodem
Witte klaver houdt van zon tot halfschaduw. In de volle zon bloeit hij het rijkst en vormt hij de dichtste vegetatie, maar hij redt zich ook met wat schaduw. Wat de bodem betreft is hij flexibeler dan zijn familielid, de rode klaver. Hij voelt zich het best op voedselrijke, licht kalkhoudende, lemige tot lemig-zandige grond met een goede watervoorziening. Op sterk zure grond met een pH onder 6 heeft hij het moeilijk; daar loont het om vóór het zaaien te bekalken. Wateroverlast en heel droge zandgrond zijn ook niet zijn ding.
Goede en slechte buren van Witte klaver
Witte klaver is geen klassieke bedpartner die rij aan rij naast groenten staat. Zijn kracht ligt in de rol van bodembedekker tussen of naast de gewasrijen. Veelvraten zoals kool, tomaten, pompoen en mais profiteren bijzonder van zijn gezelschap, omdat hij de bodem van stikstof voorziet en de structuur verbetert. Uit onderzoeksproeven blijkt dat een bloeiende onderzaai onder kool zelfs het koolwitje in verwarring brengt en de eiafzet vermindert.
Minder goed gaat witte klaver samen met andere vlinderbloemigen zoals erwten en bonen. Die delen vergelijkbare knolletjesbacteriën en kunnen dezelfde ziekteverwekkers herbergen. In de boeken van de familie Langerhorst staat dat klaver zo ver verwant is aan bonen en erwten dat er in de praktijk nauwelijks problemen ontstaan.
Voorgangers en opvolgers van Witte klaver
De grootste kracht van witte klaver in de vruchtwisseling is zijn werking als voorvrucht voor veelvraten. Kool in alle varianten, tomaten, pompoen, selderij en mais benutten de door de klaver achtergelaten stikstof en de verbeterde bodemstructuur optimaal. Ook matige verbruikers zoals sla, wortels, uien en prei gedijen na een groenbemesting met witte klaver heel goed.
Andere vlinderbloemigen zijn als voorganger of opvolger problematisch, want dan stijgt het risico op klaverkanker (Sclerotinia trifoliorum). Een teeltpauze van meerdere jaren tot de volgende klaverteelt op dezelfde plek is verstandig.
In het systeem van de familie Langerhorst lost dit probleem zich elegant vanzelf op, omdat het klaverpad elk jaar 30 cm opschuift.
Rassen
Witte klaver bestaat in verschillende bladgroottes. De kleinbladige vormen groeien bijzonder laag, zijn betreedbaar en zijn goed geschikt voor paden en gazonmengsels. Middelgrootbladige rassen zoals 'Haifa' of 'Jura' zijn een goede keuze voor de moestuin, omdat ze groeikrachtig en robuust zijn. De grootbladige variant, de zogenaamde Ladinoklaver (var. giganteum), komt oorspronkelijk uit Noord-Italië en heeft meer warmte nodig dan Midden-Europese tuinen doorgaans bieden.
Voor gebruik als klaverpad of groenbemester in de hobbytuin zijn de middelgrootbladige standaardrassen uit de handel aan te raden. Die krijg je in elke zaadwinkel, wat een praktisch voordeel is ten opzichte van de moeilijker verkrijgbare ondergrondse klaver.
Verzorging en bemesting
Witte klaver is na het aanslaan bijna onderhoudsvrij. Af en toe maaien, niet lager dan 8 tot 10 cm, bevordert een dichte groei. In langere droge periodes is hij blij met wat water, ook al reiken zijn wortels verrassend diep. Bemesten kun je helemaal overslaan, dat doen de knolletjesbacteriën. Stikstofbemesting zou zelfs averechts werken, want die remt de activiteit van de nuttige bacteriën.
Als klaverpad volgens de familie Langerhorst kun je het uitgetrokken klavermateriaal direct als mulch tussen de aangrenzende groenterijen leggen. Zo produceert het klaverpad zijn mulch praktisch midden in het bed. Vóór de winter hak je de witte klaver af met een pendelschoffel, want hij is winterhard en zou anders gewoon doorgroeien. Het afgehakte materiaal blijft als oppervlaktecompost liggen en is tegen het voorjaar grotendeels verteerd.
Ziekten en plagen
Witte klaver is verrassend robuust. Bladluizen duiken af en toe op, maar worden meestal door lieveheersbeestjes en andere nuttige insecten in toom gehouden. Zo nodig helpt een korte snoeibeurt. De klaveraardvlo kan hier en daar voorkomen, maar wordt zelden een echt probleem.
Bij aanhoudende vochtigheid kunnen echte meeldauw (witachtige aanslag) of roestschimmels (Uromyces trifolii, herkenbaar aan roestbruine puistjes) optreden. Wateroverlast vermijden helpt hier. De zwarte bladvlekkenziekte (Cymadothea trifolii) toont zich als zwarte vlekken aan de onderkant van het blad, maar is in de tuin meestal onschuldig.
De ernstigste ziekte is klaverkanker (Sclerotinia trifoliorum). Aangetaste planten sterven gedeeltelijk of helemaal af. De belangrijkste preventie is een voldoende lange teeltpauze van vier tot vijf jaar tussen klaverteelten. Gebruik alleen gecertificeerd zaad en bewerk aangetaste plekken diep, want de sclerotiën kiemen vanaf 3 cm diepte niet meer.
Oogst en verwerking
Als groenbemester oogst je witte klaver niet in de klassieke zin. In plaats daarvan maai je hem en gebruik je het maaisel als mulch, of werk je de hele plantmassa oppervlakkig in de grond. Het beste moment om in te werken is kort vóór of aan het begin van de bloei, wanneer het stikstofgehalte in het plantmateriaal het hoogst is. Na het inwerken wacht je ongeveer twee tot drie weken voordat je opnieuw plant, zodat de vertering de gebonden stikstof vrijgeeft. Klaverpaden volgens de familie Langerhorst worden vóór de winter afgehakt en als oppervlaktecompost op het bed gelaten. Tegen het voorjaar is het materiaal verteerd en heeft het de bodemstructuur verbeterd voor de opschuivende groenterijen. Wie wil, kan de gedroogde bloemen trouwens ook gebruiken voor een milde kruidenthee.