Gember kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Zingiber officinalis gewone gember, keukengember
Andere namen
gewone gember, keukengember
Botanische naam
Zingiber officinalis
Plantencategorie
Wortel- en knolgewassen, Kruiden

Gember
Tukaram.Karve/Shutterstock.com

Gember behoort tot de gemberfamilie (Zingiberaceae) en komt oorspronkelijk uit de tropische regenwouden van Zuidoost-Azië. Wat we als gemberwortel kennen, is botanisch gezien een rizoom, oftewel een ondergrondse stengel. Daarin zitten de kenmerkende scherpe stoffen gingerol en shogaol, die niet alleen voor de typische smaak zorgen maar ook ontstekingsremmend en spijsverteringsbevorderend werken. In 2018 werd gember in Duitsland zelfs uitgeroepen tot geneeskrachtige plant van het jaar.

De plant drijft rietachtige, eenjarige scheuten direct uit het rizoom, met bladeren die lijken op die van maïs of bamboe. In ons klimaat bereikt de plant hoogtes tussen 50 en 120 cm, als kamerplant soms zelfs tot 150 cm. In de herfst sterven de bovengrondse delen af, maar het rizoom overleeft in de grond of pot. Een leuk detail: ook de bladeren en stengels zijn eetbaar. Ze smaken zacht naar citroengras en passen goed in soepen of salades.

Ondanks zijn tropische herkomst kun je gember ook in ons klimaat kweken. Het Beierse Staatsinstituut voor Wijnbouw en Tuinbouw in Bamberg doet hier sinds 2017 onderzoek naar en bevestigt dat vers geoogste, zelfgekweekte gember qua smaak duidelijk beter is dan geïmporteerde. De plant heeft wel een groeiperiode van minstens acht maanden met voldoende warmte nodig. Daarom is teelt in een pot op de vensterbank of in de kas de zekerste weg naar succes.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon / halfschaduw
Voedingsbehoefte
Middelzware vreter
Moeilijkheidsgraad
Gemiddeld
Cultuur (volgens Gertrud Franck)
Teeltduur
240 dagen
Rijafstand
25 cm
Plantafstand
25 cm
Groeihoogte
50 - 150 cm
Zaai diepte
3 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
20 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
25 - 26 °C
Kiemtype
Donker

Plant- en oogsttijden van Gember

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Verplanten
Oogst

KasVerplanten van Begin Februari tot Eind Februari. Na een teeltperiode van 240 dagen kan de oogst beginnen rond Begin Oktober en duurt tot Eind November.

BuitenteeltVerplanten van Begin Mei tot Eind Mei. Na een teeltperiode van 240 dagen kan de oogst beginnen rond Begin November en duurt tot Eind December.

Gember planten

Gember wordt niet via zaad vermeerderd maar uitsluitend vegetatief via rizoomstukken. Het beste kun je een verse biologische gemberwortel uit de winkel halen, want conventionele gember kan behandeld zijn met groeiremmers. Let erop dat het rizoom stevig en zo glad mogelijk is. Ideaal is een stuk dat al kleine knobbelige verdikkingen vertoont, de zogenaamde ogen, vergelijkbaar met aardappelogen.

Snijd een stuk van ongeveer 3 tot 5 cm af met minstens twee ogen en leg het een nacht in lauwwarm water. Laat verse snijvlakken een paar uur aan de lucht drogen, zodat ze niet gaan rotten. Plant het rizoomstuk vervolgens ongeveer 2 tot 5 cm diep in voedingsrijke, doorlatende aarde, met de ogen naar boven. Gember is een ondiep wortelaar, dus brede potten met minstens 30 cm doorsnede zijn geschikter dan diepe bakken. In het bed houd je een plantafstand van 20 tot 30 cm aan.

Vanaf eind januari tot februari kun je binnenshuis beginnen met voorkiemen. Zet de pot op een warme plek van minstens 20 °C, ideaal is 25 tot 26 °C. Een stuk huishoudfolie over de pot creëert in de eerste weken een tropisch microklimaat. Het kiemen duurt afhankelijk van de temperatuur 3 tot 8 weken. In de kas kun je vanaf eind maart planten. In de volle grond mag gember pas na de IJsheiligen vanaf half mei naar buiten.

Standplaats en bodem

Gember heeft een lichte tot halfschaduwrijke standplaats nodig. In zijn oorspronkelijke leefgebied groeit hij als ondergroei, dus volle middagzon verdraagt hij niet zo goed. Een plek met veel licht maar zonder direct zonlicht op de heetste uren is precies goed. In de zomer kan de pot na geleidelijke gewenning ook naar buiten.

De optimale groei-temperatuur ligt tussen 20 en 30 °C. 's Nachts mag de temperatuur in de zomer niet onder 12 tot 15 °C zakken. Vorst is absoluut dodelijk voor de plant. De luchtvochtigheid moet minstens 60 tot 70 procent bedragen — regelmatig het blad benevelen helpt daarbij.

Wat de grond betreft: voedingsrijk, humusrijk en vooral goed doorlatend. Gember verdraagt geen wateroverlast, wat onvermijdelijk leidt tot het rotten van de rizomen. Een drainagelaag van hydrokorrels of grind op de bodem van de pot is een must. In de volle grond is lichte, zandige grond het beste. De ideale pH-waarde ligt tussen 5,5 en 6,5, dus licht zuur. Gebruik voor het gieten bij voorkeur kalkarm water, het liefst regenwater.

Goede en slechte buren van Gember

Gember geldt als een vrij lastige partner in mengteelt. De plant heeft een allelopathisch effect, wat betekent dat hij de groei van naburige planten kan remmen. Dat is ook een van de redenen waarom potteelt zo nadrukkelijk wordt aanbevolen. Koriander wordt als verdraagzame buur in het kruidenbed genoemd. Omdat gember als eenzaadlobbige botanisch ver afstaat van de meeste groentegewassen, deelt hij in ieder geval nauwelijks ziekten en plagen met hen.

Als vuistregel geldt: als je gember in een bed in plaats van een pot kweekt, houd dan voldoende afstand tot gevoelige naburige gewassen. De veiligste optie blijft de solitaire teelt in een eigen bak.

Goede buren

Voorgangers en opvolgers van Gember

In de vruchtwisseling is gember een echte aanwinst. Als eenzaadlobbige plant uit de gemberfamilie doorbreekt hij de cyclus van bodemgebonden ziekten die zich kunnen opbouwen na jarenlange teelt van nachtschadegewassen zoals tomaten, paprika of aubergines. Het Beierse Staatsinstituut voor Wijnbouw en Tuinbouw (LWG) in Bamberg bevestigt dit effect op basis van eigen onderzoek: gember geeft de bodem een echte adempauze en is daardoor bijzonder geschikt als wisselteelt in de kas.

Gember is daarom een goede opvolger voor tomaten, paprika, aubergines en komkommerachtigen zoals komkommers of courgettes. Omgekeerd profiteren deze gewassen ook als opvolger, omdat de bodem door de gemberteelt is hersteld.

Vermijd de directe teelt na andere gembergewassen zoals kurkuma of galangal. Een teeltpauze van minstens een jaar op dezelfde plek is verstandig.

Goede opvolgers

Rassen

Echte kweekvariëteiten zoals bij tomaten bestaan er bij gember vrijwel niet. In plaats daarvan onderscheidt men typen naar herkomstgebied, elk met een eigen karakter. Jamaicaanse gember geldt als mild en fris-citrusachtig, Indiase gember brengt een zoet citroenachtig aroma mee. Australische gember is de mildste variant, terwijl Nigeriaanse gember bekendstaat als bijzonder scherp. Braziliaanse typen vormen bijzonder grote knollen, en Fiji-gember valt op door zijn tere, sappige textuur.

Voor de teelt thuis speelt de exacte herkomst een ondergeschikte rol. Veel belangrijker is dat het rizoom vers en onbehandeld is. Biologische gember uit de supermarkt of natuurvoedingswinkel is uitstekend geschikt als uitgangsmateriaal.

Verzorging en bemesting

Tijdens het groeiseizoen van lente tot herfst houd je de aarde gelijkmatig vochtig. Gember heeft veel water nodig, maar verdraagt geen wateroverlast. Die balans tussen vochtig en niet te nat is de belangrijkste uitdaging. De waterbehoefte is vergelijkbaar met die van tomaten.

Wat bemesting betreft, laat onderzoek van de LWG een interessant beeld zien: gember heeft verrassend weinig stikstof nodig maar juist veel kalium. Te veel stikstof leidt er zelfs toe dat er geen fatsoenlijk rizoom wordt gevormd. Compost is een goede kaliumbron. Aanvullend kun je elke drie weken gieten met brandnetelgier of in het voorjaar een organische langzaamwerkende meststof door de aarde mengen.

In de herfst, als de scheuten geel worden en afsterven, stop je volledig met gieten. Voor de overwintering blijft het rizoom in de pot en gaat het naar een donkere, droge plek bij 8 tot 12 °C. Vanaf eind februari zet je de pot weer warm en licht en begin je voorzichtig met gieten. Zo kun je gember meerdere jaren achter elkaar kweken.

Ziekten en plagen

Dankzij de scherpe stoffen gingerol en shogaol is gember grotendeels resistent tegen plagen en ziekten. De overgrote meerderheid van problemen ontstaat door verzorgingsfouten, niet door ziekteverwekkers.

Het meest voorkomende probleem is veruit rizoomrot, veroorzaakt door wateroverlast. Aangetaste plekken worden zacht en bruinachtig, met een rottende geur erbij. Je kunt dit voorkomen met goede drainage, het laten drogen van verse snijvlakken voor het planten en matig gieten.

Bij kamerteelt verschijnen af en toe rouwmugjes (Sciaridae), waarvan de larven de fijne wortels beschadigen. Gele vangplaten helpen bij de bestrijding — als huismiddeltje kun je ook lucifers met de kop naar beneden in de aarde steken. Schimmelvorming kan optreden bij het voorkiemen onder folie als je niet regelmatig lucht. In de volle grond kunnen woelmuizen aan de rizomen knagen — een woelmuiskorf biedt hier uitkomst.

Oogst en verwerking


Poring Studio/Shutterstock.com

De oogst vindt ongeveer acht maanden na het planten plaats. Als je in februari hebt geplant, is dat dus ongeveer in oktober. Het teken van rijpheid: de bovengrondse scheuten kleuren geel en verwelken. Wil je milde, verse gember, oogst dan iets eerder terwijl de bladeren nog groen zijn. Voor scherpere gember die goed geschikt is om te drogen of voor thee, wacht je het gele stadium af.

In een pot trek je de plant gewoon voorzichtig eruit. In het bed steek je met de spade rond de plant en til je hem eruit. Voor de teelt van volgend jaar leg je een paar flinke rizoomstukken opzij.