De kaapse kruisbes komt oorspronkelijk uit de hooglanden van de Zuid-Amerikaanse Andes en behoort tot de nachtschadefamilie. Daarmee is het een naaste verwant van tomaat, paprika en aardappel. In zijn thuisland groeit het als meerjarige struik, maar bij ons kweken we het meestal als eenjarige plant vanwege de vorstgevoeligheid. Wie wil, kan de plant voor de eerste vorst uitgraven en vorstvrij overwinteren. De botanische naam Physalis komt van het Griekse woord voor 'blaas' en beschrijft het papierachtige omhulsel dat elke vrucht als een lampionnetje omsluit. Dit omhulsel is niet alleen mooi om te zien, maar beschermt de bes ook op natuurlijke wijze tegen plaagdieren en weersinvloeden. De smaak van rijpe vruchten is uniek zoet-zuur, ergens tussen kruisbes, kiwi en een vleugje ananas. De plant kwam eind 18e eeuw naar Europa, aanvankelijk als sierplant. Via Zuid-Afrika, waar hij het zo goed deed bij de Kaap dat hij er de naam 'Kaapse kruisbes' kreeg, vond hij zijn weg naar onze tuinen. Zelfgekweekte vruchten smaken duidelijk aromatischer dan het vaak onrijp geoogste supermarktfruit. Alle groene plantendelen en onrijpe vruchten zijn licht giftig en kunnen misselijkheid en buikkrampen veroorzaken.
Josef Schlaghecken/CC BY-SA 4.0
Cijfers en gegevens
Plant- en oogsttijden van Kaapse kruisbes
Verplanten van Midden Mei tot Midden Juni. Voorzaaien ongeveer 90 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Midden Februari en Midden Maart. Na een teeltperiode van 200 dagen kan de oogst beginnen rond Midden Augustus en duurt tot Eind Oktober.
Kaapse kruisbes planten
De kaapse kruisbes heeft een lang groeiseizoen nodig, daarom is voorkweek binnenshuis onmisbaar. Directe zaai in de vollegrond lukt in ons klimaat niet. Van half februari tot half maart zaai je de zaden ongeveer 0,5 cm diep in voedingsarme zaaigrond. Bij temperaturen van 20 tot 25 °C kiemen ze na 7 tot 21 dagen, afhankelijk van het ras en de omstandigheden. Heb je geen groeilamp, begin dan niet voor half februari, anders worden de zaailingen te lang en dun.
Na ongeveer drie tot vier weken verspeenj e de plantjes in grotere potten. Ze groeien in het begin langzaam, dus maak je geen zorgen als het even duurt. Pas na de ijsheiligen, half mei, mogen ze naar buiten als er geen vorst meer dreigt. Zet ze daarvóór overdag op een beschut plekje buiten, zodat ze geleidelijk afharden.
Bij het uitplanten geef je 80 cm ruimte in alle richtingen, want de kaapse kruisbes wordt flink bossig. Je mag de plant gerust iets dieper zetten dan in de pot – de begraven stengel vormt extra wortels. Wil je de plant meerjarig houden, graaf hem dan in oktober voor de vorst uit en overwinter hem licht op 10 tot 15 °C. Snoei de stengels vooraf terug tot de helft. Het volgende jaar draagt de overwinterde plant duidelijk vroeger en rijker.
Standplaats en bodem
De kaapse kruisbes houdt van zon, en dan flink wat. Minstens zes tot acht uur directe zonnestraling per dag heb je nodig, dan worden de vruchten lekker zoet en aromatisch. Een beschutte plek, bijvoorbeeld voor een muur of heg, is ideaal omdat de stengels nogal broos zijn.
Qua bodem is de kaapse kruisbes verrassend ongecompliceerd. Los en goed doorlatend moet hij zijn – zandgrond geeft vaak de beste resultaten. Wateroverlast is het enige wat de plant niet verdraagt. Een licht zure bodem past het best. Vers bemeste grond werkt trouwens averechts: te veel voedingsstoffen stimuleren de bladgroei maar remmen de vruchtzetting.
Voor balkon en terras is de kaapse kruisbes ook geschikt. De pot moet minstens 15 tot 20 liter bevatten, liever nog 30 tot 40 liter. Een drainagelaag op de bodem van de pot is onmisbaar, zodat er geen water blijft staan.
Goede en slechte buren van Kaapse kruisbes
Stam- en stokbonen behoren tot de beste buren van de kaapse kruisbes. Als vlinderbloemigen binden ze stikstof uit de lucht en verrijken de bodem – de bescheiden physalis profiteert hiervan zonder in voedingsconcurrentie te raken. Spinazie en veldsla vullen de ruimte tussen de planten perfect op als bodembedekker en houden de grond vochtig zonder de kaapse kruisbes in de weg te zitten.
Uien en knoflook zijn ook welkome partners. Hun sterke geur houdt bladluizen op afstand, wat bij nachtschadegewassen altijd een pluspunt is. Goudsbloemen en afrikaantjes in de buurt houden nematoden weg dankzij hun wortelafscheidingen, en hun bloemen lokken bestuivers aan.
Houd je kaapse kruisbes uit de buurt van alle andere nachtschadegewassen. Tomaten zijn de slechtst denkbare buur, want beide delen dezelfde plagen en ziekteverwekkers. Dat geldt ook voor aardappelen, paprika, pepers en aubergines. Komkommers passen evenmin goed, omdat beide concurreren om water en voedingsstoffen en meeldauw zich gemakkelijker kan verspreiden.
Voorgangers en opvolgers van Kaapse kruisbes
Zoals bij alle nachtschadegewassen geldt voor de kaapse kruisbes een teeltpauze van minstens drie tot vier jaar op dezelfde plek. Dat geldt ook voor tomaten, paprika, aardappelen en aubergines, want bodemgebonden schimmels en nematoden overleven in de grond en kunnen het volgende verwante gewas meteen aanvallen.
Erwten en bonen zijn de beste voorvruchten. Ze laten een stikstofrijke bodem achter die de kaapse kruisbes een goede start geeft zonder extra bemesting. Sla, spinazie en koolgewassen zijn ook geschikt, omdat ze de bodem nauwelijks belasten en geen gemeenschappelijke ziekten meebrengen.
Als navruchten na de physalis passen bonen en erwten goed om de stikstofvoorraad weer op te bouwen. Sla en wortelgewassen zoals wortelen of rode bieten sluiten de vruchtwisseling mooi af. Koolgewassen kunnen ook volgen, maar hebben dan een compostgift nodig.
Rassen
Er is inmiddels een mooie keuze aan rassen. 'Schönbrunner Gold' is de klassieker in het Duitstalige gebied: zaadvast, grootvruchtig en bijzonder aromatisch, met een smaak die doet denken aan kiwi en kruisbes. De planten kunnen tot twee meter hoog worden en hebben dus flink wat ruimte nodig. Voor kleinere tuinen of het balkon is 'Little Lanterns' een aanrader – een compact ras met overhangende groei dat prima geschikt is voor potten en hangmanden.
Tuinier je in koelere streken met kortere zomers, kies dan het beste voor vroeg rijpende rassen zoals 'Preciosa'. Deze blijft met ongeveer 80 cm hoogte vrij compact en levert al vanaf half augustus goudgele vruchten. Op warmere, beschutte plekken kun je gerust het aromatischere maar later rijpende ras 'Schönbrunner Gold' kiezen.
Verzorging en bemesting
De kaapse kruisbes is vrij onderhoudsvriendelijk als je een paar basisregels volgt. Giet regelmatig en gelijkmatig, vooral tijdens de bloei en vruchtzetting. Giet het liefst aan de voet van de plant, niet over de bladeren, om schimmel te voorkomen. Op hete zomerdagen in volle zon kan dagelijks gieten nodig zijn.
Een mulchlaag rond de planten houdt het vocht in de grond en reguleert de temperatuur. Bij het bemesten geldt: minder is meer. De physalis is een matige vreter – een flinke schep compost bij het planten is vaak ruim voldoende. Wie te veel mest, krijgt weelderig blad maar minder vruchten. In potten kun je in juli bijvoeden met een beetje organische vloeibare meststof.
De kaapse kruisbes steunen is vaak verstandig, want de stengels breken makkelijk – vooral wanneer ze vol vruchten hangen of als het waait. Plaats bamboestokken of een klimrek het liefst al vroeg. Dieven is niet strikt nodig, maar te dichte of lage scheuten mag je gerust verwijderen zodat de lucht beter kan circuleren.
Ziekten en plagen
De goudbes is over het algemeen een stevige plant. De natuurlijke lampionachtige omhulling beschermt de vruchten tegen veel plaagdieren. Toch zijn er een paar belagers die het graag proberen.
Bij bladluizen (Aphidoidea) helpen lieveheersbeestjes, zweefvliegen en gaasvliegen. Bij lichte aantasting kun je ze ook afspoelen of neemextract gebruiken. Uien en knoflook als buren werken preventief.
De witte vlieg (Trialeurodes vaporariorum) geeft vooral onder glas problemen. Goede ventilatie en voldoende plantafstand helpen voorkomen, gele vangplaten en sluipwespen helpen bij een aantasting. Spintmijten (Tetranychidae) verschijnen bij droge hitte en verraden zich door fijne webben aan de onderkant van de bladeren.
Grauwe schimmel (Botrytis cinerea) kan bij vochtig weer en te dichte stand de vruchten aantasten. Meeldauw verschijnt als een witachtige, melige laag op de bladeren. Tegen beide schimmelziekten helpt vooral een zonnige, luchtige standplaats, voldoende afstand, consequente vruchtwisseling en water geven op grondniveau. Goudsbloemen en Afrikaantjes in de buurt ondersteunen de bodemgezondheid. Verwijder aangetaste plantendelen meteen en gooi ze niet op de composthoop.
Oogst en verwerking
Vanaf eind augustus tot de eerste herfstvorst kun je de kaapse kruisbes oogsten. De vruchten rijpen voortdurend na, waardoor de oogst zich over meerdere weken tot in oktober uitstrekt. Een vrucht is rijp als het lampionnetje volledig ingedroogd is en papierachtig ritselt. De goudgele bes schemert dan door het omhulsel heen. Nog eenvoudiger: volledig rijpe vruchten vallen vanzelf af – maak daar gebruik van. Haal voor het eten de bes uit het lampionnetje en spoel hem kort af, want het oppervlak is een beetje plakkerig. In hun omhulsel bewaard, koel en droog bij 10 tot 15 °C, zijn de vruchten verrassend lang houdbaar – vaak meerdere weken.
Ph0705/CC BY-SA 4.0
