Phacelia, ook wel bijenvriendje genoemd, komt oorspronkelijk uit de droge hooglanden van Noord-Amerika en behoort tot de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). Omdat ze niet verwant is aan een gangbare groentenfamilie, deelt ze ook geen typische ziekten of plagen met hen. Dat maakt haar tot een ideale begeleidende plant in de moestuin. Als groenbemester doet phacelia meerdere dingen tegelijk: haar wortels woelen de bodem los tot 60 cm diep, de overvloedige biomassa onderdrukt onkruid en beschermt tegen erosie. Op overbemeste bodems werkt ze herstellend, doordat ze voedingsstoffen uit diepere lagen naar boven haalt en in haar plantenmassa opslaat. Bij het inwerken van de resten komen die voedingsstoffen weer vrij. Stikstof uit de lucht bindt ze echter niet — dat kunnen alleen vlinderbloemigen. De blauwviolette bloemen zijn een magneet voor bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen. Als je phacelia in je tuin hebt, doe je je bestuivers een groot plezier.
dabjola/Shutterstock.com
Cijfers en gegevens
Plant- en oogsttijden van Phacelia
Direct zaaien van Begin Maart tot Eind Oktober.
Phacelia zaaien
Phacelia zaai je rechtstreeks in het bed — voorzaaien is overbodig. Het zaaivenster loopt van maart tot oktober, afhankelijk van je doel. Voor een bloeiende bijenweide of losse bloemen om bestuivers aan te trekken, zaai je vanaf eind april na de laatste vorst. Voor groenbemesting is de periode van maart tot september geschikt, en als herfstgroenbemester zelfs tot eind oktober. Zaaisels tot juli komen nog tot bloei; latere leveren vooral het groenbemestingseffect.
Vanaf 5°C kiemen de zaden, optimaal is 12 tot 18°C, en de kieming duurt 7 tot 14 dagen. Phacelia verdraagt vorst tot ongeveer -5 tot -8°C. Wil je geen zelfiutzaai, maai de planten dan gewoon voor de zaadrijpheid af.
Standplaats en bodem
Phacelia is genaagsaam: volle zon tot halfschaduw, en bijna elke bodem is geschikt — zandig, schraal of kleiig. Enige uitzondering is wateroverlast, daar kan ze niet tegen.
Houd de bodem de eerste twee weken na het zaaien gelijkmatig vochtig, daarna kan ze goed tegen droogte. Bemesten is niet nodig — haar diepwortels halen zelf alles op wat ze nodig heeft.
Goede en slechte buren van Phacelia
Phacelia en aardappelen zijn een goede combinatie: ze verdrijft aantoonbaar coloradokevers en schadelijke aaltjes. Zaai haar het best tussen de aardappelrijen of leg een smalle randstrook aan rond het aardappelbed. Ook als bedrand voor andere gewassen werkt ze prima, want de bloemen lokken bestuivers aan die het hele bed ten goede komen. Komkommers, courgettes en pompoenen profiteren daar bijzonder van. Koolsoorten profiteren er extra van dat phacelia het risico op knolvoet vermindert.
Omdat phacelia tot geen enkele gangbare groentefamilie behoort, zijn er in de moestuin nauwelijks slechte buren. Je kunt haar naast vrijwel elk gewas zetten, in lege plekken zaaien of als mulch gebruiken.
Voorgangers en opvolgers van Phacelia
Omdat phacelia niet verwant is aan een groentefamilie, past ze in de vruchtwisseling vóór, na en tussen vrijwel elk gewas. Dat onderscheidt haar duidelijk van mosterd bijvoorbeeld, die als kruisbloemige problematisch kan zijn vóór en na koolgewassen.
Bijzonder zinvol is phacelia als opvolger van zware eters zoals kool, tomaten, aardappelen of pompoen. Haar wortels woelen de bodem los, bevorderen het bodemleven en nemen overgebleven voedingsstoffen op voordat die in de winter uitspoelen. Bij het inwerken van de plantenmassa komen die het volgende jaar weer beschikbaar.
Er is wel een belangrijke uitzondering: zaai geen phacelia vóór aardbeien, want ze kan verticilliumverwelking overdragen, die bij aardbeien de gevreesde aardbeiverwelking veroorzaakt.
Rassen
Voor de moestuin heb je geen bijzonder ras nodig. Standaard phacelia-zaad zonder rasnaam doet uitstekend dienst.
Verzorging en bemesting
Phacelia is onderhoudsarm. Na het zaaien houd je de bodem ongeveer een tot twee weken gelijkmatig vochtig. Gieten is alleen bij extreme droogte nodig, bemesten helemaal niet.
Voor het inwerken als groenbemester zijn er twee manieren. Bij voorjaars- of zomerzaai maai je de planten het best bij het begin van de bloei — ongeveer 5 tot 8 weken na het zaaien. Laat de plantenresten kort drogen en werk ze dan ondiep in de bodem in, zonder om te spitten. Dat spaart de bodemstructuur. Bij herfstzaai laat je de planten gewoon staan tot de eerste vorst. Phacelia bevriest betrouwbaar en de afgestorven resten blijven als beschermende mulchlaag de winter over liggen. In het voorjaar werk je die resten dan in.
Knip de planten in elk geval vóór de zaadrijpheid af, anders heb je het volgende jaar overal kleine phacelia-kiemplantjes.
Ziekten en plagen
Phacelia is in de huistuin vrijwel probleemloos. Ziekten zoals meeldauw of sclerotinia kunnen af en toe opduiken, maar zijn zelden een serieus probleem. Qua plagen zijn eigenlijk alleen slakken vermeldenswaard — die kunnen zich aan verse kiemplantjes vergrijpen.
Let op: phacelia kan verticilliumverwelking overdragen en mag daarom niet vóór aardbeien geteeld worden.
Als je een gevoelige huid hebt, draag dan handschoenen bij het werken met de planten, want phacelia kan contactallergie veroorzaken.
Oogst en verwerking
Phacelia wordt in de moestuin niet in de klassieke zin geoogst, maar als groenbemester ingewerkt. Wil je zaad bewaren voor het volgende jaar, laat dan een paar planten volledig uitbloeien. De zaden rijpen ongeveer 6 tot 8 weken na het begin van de bloei. Oogst de zaadstanden op een droge dag, wanneer ze bruin worden en de zaaddozen gemakkelijk opengaan. Het zaad blijft 4 tot 5 jaar kiemkrachtig.
