Watermeloen

Citrullus lanatus
Botanische naam
Citrullus lanatus
Plantencategorie
Vruchtgroenten

Algemeen

Watermeloen
tchara/Shutterstock.com

Watermeloenen kweken is niet het makkelijkste, maar het kan zeker. Dit eenjarige vruchtgewas komt oorspronkelijk uit Afrika en houdt van warmte en een windstille plek.

De watermeloen wordt al minstens 6.000 jaar gekweekt.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon
Voedingsbehoefte
Zware vreter
Moeilijkheidsgraad
Expert
Cultuur (volgens Gertrud Franck)
A - hoge of brede gewassen, bijna het hele jaar
Teeltduur
120 dagen
Rijafstand
70 cm
Plantafstand
70 cm
Zaai diepte
3 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
18 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
22 - 26 °C
Kiemtype
Donker
Voorzaaiperiode
30 dagen

Tijden

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Voorzaaien
Verplanten
Oogst

BuitenteeltVerplanten van Eind Mei tot Eind Juni. Voorzaaien ongeveer 30 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Eind April en Eind Mei. Na een teeltperiode van 120 dagen kan de oogst beginnen rond Eind Augustus en duurt tot Midden Oktober.

KasVerplanten van Eind April tot Eind Juni. Voorzaaien ongeveer 30 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Eind Maart en Eind Mei. Na een teeltperiode van 120 dagen kan de oogst beginnen rond Midden Augustus en duurt tot Eind Oktober.

Zaaien en planten

Zaai de zaden het best meteen in een groter potje met potgrond. Verspeen ze niet, want ze verdragen geen wortelschade.

Zet minstens twee planten neer. De vruchten ontwikkelen zich alleen als ze bestoven worden door een andere plant.

Standplaats en bodem

Dit warmteminnende gewas groeit in onze streken het beste in een kas of een broeibak. Een broeibak is een speciaal soort koude bak waarbij je een laag verse mest op de bodem aanbrengt. Bij de verdere afbraak daarvan komt warmte vrij – eigenlijk een natuurlijke vloerverwarming.

In milde wijnbouwgebieden groeien sommige rassen ook in de volle grond, eventueel met zwart folie als bodembedekking. Je kunt ze ook in een grote pot kweken, beschut op een balkon of terras.

De plant heeft een humusrijke grond nodig met een goed waterhoudend vermogen.

Buurschap

Goede buren
Slechte buren

Vruchtwisseling

Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Slechte opvolgers

Verzorging en bemesting

In tegenstelling tot suikermeloenen mag je watermeloenplanten niet snoeien, want de vruchten ontwikkelen zich aan de uiteinden van de ranken.

Tijdens de vruchtontwikkeling moet je regelmatig gieten met niet te koud water. Als de vrucht zijn uiteindelijke grootte heeft bereikt en alleen nog rijpt, moet je het gieten beperken – anders kan de vrucht barsten.
De naam watermeloen komt niet doordat je veel moet gieten, maar doordat de vrucht ontzettend veel water opslaat.

Je kunt watermeloenen ook opgeleiden langs een touw. Ondersteun de vruchten dan wel met een netzakje zodat ze niet afbreken.

Oogst en verwerking

Je herkent een rijpe meloen aan het doffe, holle geluid als je erop klopt. Het contactpunt met de grond kleurt gelig en de tegenoverliggende rank begint te verwelken.