Spruitkool

Brassica oleracea var. gemmifera
Botanische naam
Brassica oleracea var. gemmifera
Plantencategorie
Koolgewassen

Algemeen

Spruitkool
Peter Turner Photography/Shutterstock.com

Spruitkool is een van de meest winterharde koolsoorten. Ook heeft hij het hoogste vitamine C-gehalte, waardoor het een waardevol wintergroente is. Afhankelijk van het ras kun je hem tot in het volgende voorjaar oogsten, zodat je de hele winter door vers groente uit je tuin hebt.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon / halfschaduw
Voedingsbehoefte
Zware vreter
Moeilijkheidsgraad
Gemiddeld
Cultuur (volgens Gertrud Franck)
A - hoge of brede gewassen, bijna het hele jaar, B - laat
Teeltduur
165 dagen
Rijafstand
50 cm
Plantafstand
50 cm
Groeihoogte
60 - 90 cm
Zaai diepte
2 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
8 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
18 - 22 °C
Kiemtype
Licht en donker
Voorzaaiperiode
60 dagen

Tijden

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Voorzaaien
Verplanten
Oogst
Oogst (volgend jaar)

Direct zaaien van Eind Maart tot Begin Mei. Verplanten van Midden Mei tot Eind Juni. Voorzaaien ongeveer 60 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Midden Maart en Eind April. Na een teeltperiode van 165 dagen kan de oogst beginnen rond Midden Oktober en duurt tot Midden Maart volgend jaar.

Zaaien en planten

Je kunt vanaf half/eind maart direct buitenzaaien, maar voorzaaien van begin tot half maart verdient de voorkeur. Na een paar dagen afharden kun je de plantjes begin tot half mei in het bed uitplanten. Bij het planten kun je meteen een kleine portie organische mest in het plantgat meegeven.

Standplaats en bodem

Als zware feeder geeft hij de voorkeur aan een goede tuingrond die rijkelijk met compost is verrijkt, op een zonnige plek. Koolplanten houden niet van zure grond — strooi in dat geval wat kalk.

Buurschap

Uienachtigen in de buurt kunnen voor groeistagnatie zorgen. Ook aardbeien en een paar andere gewassen verdraagt hij niet zo goed. Maar naast bijvoorbeeld paprika, veldsla en radicchio en nog een aantal andere kun je hem prima planten.

Goede buren
Slechte buren

Vruchtwisseling

Zoals altijd moet je dezelfde plant een aantal jaar niet op dezelfde plek zetten. Nauw verwante soorten zoals andere koolgewassen zijn ook geen goede voor- of navruchten. Vertegenwoordigers van de lookfamilie en nog een paar andere verdragen zich evenmin goed met koolplanten in de vruchtwisseling. Er zijn echter wel een paar goede partners: pastinaak, snijbiet en rode biet kun je prima ervoor of erna planten.

Zeer goede voorlopers
Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Zeer slechte voorlopers
Goede opvolgers
Slechte opvolgers
Zeer slechte opvolgers

Verzorging en bemesting

Om ze tegen het koolwitje of de witte vlieg te beschermen kun je bijvoorbeeld selderij tussen de koolplanten zetten of ze afdekken met insectengaas. Een of twee mestgiften met organische mest en/of gieten met plantengier of -afkooksels helpen om de nodige voedingsstoffen te leveren en de planten gezond te houden. Tijdens de hoofdgroei altijd voldoende water geven.

Oogst en verwerking

Afhankelijk van het weer en de groei kun je de spruiten van de late herfst tot in het voorjaar bij vorstvrij weer oogsten. Oogst van onder naar boven — er groeien steeds nieuwe bij. In het voorjaar kun je ook het kleine savooieachtige kopje dat bovenaan ontstaat oogsten en verwerken. De spruitjes zijn nog prima eetbaar als ze al iets open staan. Deze malse spruitjes zijn snel gaar en perfect voor een snelle roerbak.