Bloemkool

Brassica oleracea var. botrytis
Botanische naam
Brassica oleracea var. botrytis
Plantencategorie
Koolgewassen

Algemeen

Bloemkool
Palephotography/Shutterstock.com

Bloemkool wordt niet voor niets gezien als de koning onder de koolsoorten. Zijn milde, bijna nootachtige smaak maakt hem ook geliefd bij mensen die anders liever een boog om kool heen maken. Wat we oogsten is eigenlijk de nog gesloten bloemstand van de plant, de zogenaamde "bloem". Die zit ingebed in grote, blauwgroene bladeren op een korte, stevige stronk.

Naast de klassieke witte bloemkool zijn er inmiddels ook gele, groene en paarse rassen die voor kleur op je bord zorgen. Een bijzondere variant is de Romanesco met zijn fascinerende spiraalvormige roosjes.

Bloemkool is caloriearm, maar bevat veel vitamine C, vitamine K, calcium, magnesium en waardevolle mosterdoliën.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon / halfschaduw
Voedingsbehoefte
Zware vreter
Moeilijkheidsgraad
Gemiddeld
Cultuur (volgens Gertrud Franck)
B - vroeg
Teeltduur
80 dagen
Rijafstand
50 cm
Plantafstand
50 cm
Groeihoogte
60 - 100 cm
Zaai diepte
1 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
8 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
18 - 22 °C
Kiemtype
Licht en donker
Voorzaaiperiode
30 dagen
Verspenen na zaaien
14 dagen

Tijden

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Direct zaaien
Voorzaaien
Verplanten
Oogst
Oogst (volgend jaar)

ZomerDirect zaaien van Midden April tot Eind Juni. Verplanten van Begin April tot Eind Juli. Voorzaaien ongeveer 30 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Begin Maart en Eind Juni. Na een teeltperiode van 80 dagen kan de oogst beginnen rond Begin Juni en duurt tot Eind Oktober.

WinterDirect zaaien van Midden Juli tot Midden Augustus. Verplanten van Midden Augustus tot Midden September. Voorzaaien ongeveer 30 dagen voor het uitplanten, ongeveer tussen Midden Juli en Midden Augustus. Na een teeltperiode van 80 dagen kan de oogst beginnen rond Begin Mei en duurt tot Eind Mei volgend jaar.

Zaaien en planten

Bloemkool kweek je het best voor als jongeplant en zet je dan in het bed. De voorkweek duurt minstens 30 dagen. Je kunt al in februari binnenshuis beginnen met zaaien. Bedek de zaden slechts met een beetje aarde. De optimale kiemtemperatuur is 18 °C. Zodra ze gekiemd zijn, kweek je ze veel koeler verder, op ongeveer 12 °C. Na ongeveer twee weken verspeenjer de plantjes. Laat ze voor het uitplanten een paar dagen afharden.

Tussen april en juli kunnen de jonge planten naar het bed. Als er nog vorst dreigt, bescherm je ze met een vliesdoek. Directzaai in het bed is mogelijk van half april tot eind juni, maar werkt in de praktijk niet zo betrouwbaar als het uitplanten van jonge planten.

Bij overwinteringsteelt plant je de jonge planten tussen half augustus en half september uit. Let daarbij op winterharde rassen.

Houd een afstand van 50 cm aan in de rij. Plant de bloemkool zo diep dat de aarde tot aan de zaadlobben reikt. Een beetje kalk in het plantgat helpt knolvoet voorkomen. Een handvol hoornmeel is een goede langzame meststof.

Standplaats en bodem

Bij de standplaatskeuze is bloemkool behoorlijk kieskeurig. Hij voelt zich het best op een plek met veel zon, al is lichte schaduw tijdens de heetste uren van de dag prima. Heel zonnige, droge standplaatsen bevallen hem daarentegen niet.

De bodemvoorbereiding is bepalend voor het succes. De grond moet een losse structuur hebben en diep genoeg zijn zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Het vermogen van de bodem om vocht vast te houden is bijzonder belangrijk. Kleiachtige grond voldoet hier perfect aan. De grond moet ook rijk aan humus zijn, want bloemkool hoort bij de meest voedingshongerige groentesoorten.

Een vaak onderschatte factor is het kalkgehalte. Bij een pH-waarde tussen 6 en 7 daalt het risico op de gevreesde knolvoet aanzienlijk. Royale compostgiften van ongeveer 5 liter per vierkante meter bereiden het bed optimaal voor en dekken de hoge voedingsbehoefte van dit veeleisende gewas.

Buurschap

In de mengcultuur gaat bloemkool bijzonder goed samen met selderij. Die twee zijn een echt droomkoppel in het bed en profiteren over en weer van elkaar. Op de eerste afbeelding in het boek van Gertrud Franck staan bloemkool en selderij in dezelfde rij.

Omdat bloemkool pas in de loop van de tijd veel ruimte nodig heeft, zijn slakroppen ideale begeleidende planten in de eerste jaarhelft. Erwten en stamslabonen kunnen ook goed met hem overweg.

Minder goed gaat het samenleven met uien, knoflook en bieslook — die zet je beter niet direct naast de bloemkool. Aardappelen zijn ook geen ideale buren.

Zeer goede buren
Goede buren
Slechte buren

Vruchtwisseling

Net als alle koolsoorten mag bloemkool pas in het vierde jaar weer op dezelfde plek als andere kruisbloemigen worden geteeld. Dat is belangrijk om vruchtwisselingsziekten zoals knolvoet onder controle te houden.

Uiachtigen zijn ook geen goede voorvruchten en remmen de groei. Wij hebben vroeger eens uien geoogst en in hetzelfde gat kool geplant — die bleef extreem schraal.

Vaak wordt afgeraden om mosterd als groenbemester te gebruiken vóór koolsoorten, maar Gertrud Franck ziet dat anders, want bij haar wordt het hele bed aan het einde van het jaar ingezaaid met gele mosterd. Hoewel beide kruisbloemigen zijn, is de verwantschap zo ver dat er geen negatieve effecten lijken op te treden.

Als groenbemester kun je ook Phacelia of vlinderbloemigen gebruiken.

Goede voorlopers
Slechte voorlopers
Zeer slechte voorlopers
Goede opvolgers
Slechte opvolgers
Zeer slechte opvolgers

Rassen

Bij bloemkool is er een flinke keuze aan rassen die verschillen in kopvorm, kleur en teeltperiode. Om te beginnen met deze toch al wat veeleisendere plant zijn 'Neckarperle' en 'Erfurter Zwerg' geschikt.

Wie kleur in het bed wil brengen, kan paarse rassen proberen zoals 'Di Sicilia Violetto' of het lichtoranje stralende 'Sunset' kiezen voor de herfstteelt.

Voor vroegere of latere planttijden bestaan er speciale rassen — het loont om daar goed naar te kijken. Voor de overwinteringsteelt in mildere regio's zijn er selecties die vorst tot min 12 graden aankunnen.

Verzorging en bemesting

Direct na het planten hebben de jonge planten flink wat water nodig. Daarna geef je ongeveer drie weken lang terughoudender water, zodat de wortels diep de grond in groeien. Krijgt bloemkool te weinig water, dan blijven de koppen klein of schiet de plant voortijdig door.

Verdunde brandnetelgier of hoornmeel zijn geschikt om bij te mesten tijdens het groeiseizoen.

Om te voorkomen dat de bloemkoolkop gelig verkleurt, heeft hij wat bescherming tegen de zon nodig. Als de binnenste bladeren niet vanzelf over de "bloem" vallen, knik er dan gewoon een paar om voor schaduw.

Belangrijk voor de kopvorming: in het stadium van vier tot acht bladeren heeft de plant ongeveer tien dagen temperaturen rond de 12 °C nodig. Zonder deze koelperiode vormt zich geen kop. Daarom lukt de teelt in een warme kas meestal niet.

Ziekten en plagen

Helaas is bloemkool niet alleen bij ons mensen populair, maar ook bij allerlei plaagdieren. Rupsen van het koolwitje, koolvlieg, koolmotluis en aardvlooien kunnen het tuiniersleven flink lastig maken. De beste preventie is een fijnmazig insectengaas dat je direct na het planten over de planten spant.

De koolgalmug is een bijzonder verraderlijke plaag. Ze legt haar piepkleine eitjes diep tussen de bloemknoppen. Aangetaste planten herken je aan verdraaid groeiende hartbladeren. Telen op winderige plekken en fijnmazig gaas met 0,8 mm maaswijdte helpen preventief.

Knolvoet wordt veroorzaakt door de slijmzwam Plasmodiophora brassicae. Tekenen zijn een achterblijvende groei en blauwachtig verkleurde of vergeelde bladeren. Als je het vermoedt, kun je de wortels bekijken — die vertonen dan witte, knolvormige woekeringen. Als het knolvoet is, graaf je de hele plant met wortels en al meteen op en gooi je die bij het restafval. Niet op de composthoop, anders verspreid je de schimmel nog. Er is nu een teeltpauze van minstens 7 jaar voor alle kruisbloemigen nodig. Breng extra kalk aan om de pH-waarde te verhogen.

Oogst en verwerking

Ongeveer twee tot drie maanden na het planten is de bloemkool oogstrijp. Het juiste moment is aangebroken als de kop goed gevormd en stevig is, maar de afzonderlijke roosjes zich nog niet hebben geopend. Wacht niet te lang, anders begint de plant door te schieten en wordt de bloem los en bitter.