Asperge kweken

Nu beschikbaar: grove - de app voor jouw mengteelt-bedplan

Planner openen
Asparagus officinalis gewone asperge, tuinasperge
Andere namen
gewone asperge, tuinasperge
Botanische naam
Asparagus officinalis
Plantencategorie
Overige

Asperge
Peter Turner Photography/Shutterstock.com

Asperge is een meerjarige plant die 8 tot 15 jaar op dezelfde plek blijft staan en jaarlijks geoogst kan worden. Botanisch behoort Asparagus officinalis tot de aspergefamilie en is oorspronkelijk afkomstig uit de warme gebieden van Zuid-Europa en West-Azië. De Romeinen teelden hem al systematisch en brachten hem over de Alpen naar Midden-Europa.

De plant vormt een krachtig ondergronds rhizoom (wortelstok), waaruit in het voorjaar de begeerde scheuten ontspruiten. Bovengronds ontwikkelt zich in de zomer een bossig, fijn vertakt loof van 60 tot 150 cm hoogte met naaldvormige schijnbladeren. Asperge is tweehuizig, er zijn dus mannelijke en vrouwelijke planten. De mannelijke zijn productiever en leven langer, daarom zijn moderne rassen vaak zuiver mannelijk. Vrouwelijke planten vormen in de nazomer kleine rode bessen die licht giftig zijn.

Voor de moestuin is groene asperge een veel betere keuze dan witte asperge. Het arbeidsintensieve aanaarden tot ruggen vervalt helemaal, de smaak is krachtiger en het gehalte aan gezondheidsbevorderende stoffen is hoger. Asperge werkt vochtafdrijvend en stimuleert de stofwisseling. De teelt vereist wel enige ervaring: pas vanaf het derde standjaar mag je oogsten, en de grond moet diep bewerkt zijn.

Cijfers en gegevens

Lichtbehoefte
Zon
Voedingsbehoefte
Zware vreter
Moeilijkheidsgraad
Expert
Cultuur (volgens Gertrud Franck)
Teeltduur
730 dagen
Rijafstand
120 cm
Plantafstand
35 cm
Groeihoogte
60 - 150 cm
Zaai diepte
2 cm
Kiemtemperatuur (minimum)
12 °C
Kiemtemperatuur (optimaal)
18 - 22 °C
Kiemtype
Donker

Plant- en oogsttijden van Asperge

1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Verplanten
Oogst

Verplanten van Eind Maart tot Midden Mei. Na een teeltperiode van 730 dagen kan de oogst beginnen rond Midden April en duurt tot Midden Juni.

Asperge planten

In de moestuin plant je asperge het best met eenjarige rhizomen (zogenaamde klauwen), die je bij gespecialiseerde leveranciers kunt kopen. Zaaien kan ook, maar dat kost minstens een extra jaar en is voor de meesten niet de moeite waard.

Het beste plantmoment ligt tussen eind maart en half mei, zodra er geen strenge grondvorst meer verwacht wordt en de bodemtemperatuur minstens 12 °C heeft bereikt. Graaf voor het planten een geul van 30 tot 40 cm diep en ongeveer 45 cm breed. Op de bodem breng je een laag van 10 tot 15 cm goed verteerde compost of mest aan. Vorm daarop kleine heuveltjes met een tussenafstand van 35 cm en leg op elk heuveltje een klauw, waarbij je de wortels zorgvuldig naar alle kanten uitspreidt. De rhizomen moeten bij groene asperge ongeveer 10 tot 15 cm onder het grondoppervlak liggen, bij witte asperge 20 tot 25 cm. Vul daarna de geul geleidelijk op. De rijafstand bedraagt bij groene asperge 100 tot 150 cm.

Bereid de grond het liefst al een tot twee jaar voor het planten voor met groenbemesting en compost. Een noord-zuidoriëntatie van het bed zorgt voor een gelijkmatige bezonning. Reken op 8 tot 25 planten per persoon, afhankelijk van hoeveel je wilt oogsten.

Standplaats en bodem

Asperge heeft een volzonige, warme en liefst beschutte plek nodig. De bodem moet diep, luchtig en goed doorlatend zijn. Lichte, humusrijke zandgrond of zandig leem is het meest geschikt. De bouwvoor moet minstens 40 tot 60 cm dik zijn en vrij van stenen en grotere wortels.

Wateroverlast leidt snel tot wortelrot. Groene asperge is iets verdraagzamer en kan ook overweg met halfzware, licht lemige of grindachtige grond. Zware grond kun je verbeteren door zand in te werken.

Goede en slechte buren van Asperge

Stamslabonen en erwten behoren tot de beste buren voor asperge. Als vlinderbloemigen binden ze stikstof uit de lucht in de bodem en voorzien de vraatzuchtige asperge precies van de voedingsstof die hij het meest nodig heeft. Een praktische tip: steek in het voorjaar om de 40 cm stamslabonen naast de aspergeheuvel, dan zijn ze in volle productie tegen het einde van het aspergeseizoen.

Kropsla en koolrabi passen ook uitstekend, omdat deze ondiepe wortelaars de bovenste bodemlagen benutten, terwijl de diepwortelende asperge zijn voedingsstoffen verder naar beneden haalt. Komkommer, dille en peterselie gedijen er ook goed bij. Tomaten gebruiken andere bodemlagen en kunnen elkaar beschermen tegen plaaginsecten. Goudsbloemen en Afrikaantjes bevorderen de bodemgezondheid en houden plaagdieren op afstand. Plaats begeleidende planten zo dat ze de aspergeoogst niet hinderen — dus alleen tussen elke tweede rij.

Lookachtigen en aardappelen gelden als ongunstige buren.

Goede buren
Slechte buren

Voorgangers en opvolgers van Asperge

Omdat asperge als vaste teelt 8 tot 15 jaar op dezelfde plek blijft, valt hij buiten de normale vruchtwisseling en wordt hij als speciale teelt behandeld.

Plant nooit asperge na wortelen, aardappelen of bieten. Deze gewassen kunnen de bodemschimmel Rhizoctonia herbergen, die de opslagwortels van de asperge ernstig beschadigt. Na het rooien van een oud aspergebed geldt de belangrijkste regel: nooit meteen weer asperge op hetzelfde perceel planten. De aanbevolen teeltpauze is minstens 10, liever 20 jaar, want zelfs tien jaar na het rooien kunnen er nog wortelresten in de bodem achterblijven en Fusarium-schimmels de groei van nieuwe planten belemmeren.

Zeer slechte voorlopers
Zeer slechte opvolgers

Rassen

Moderne F1-hybride rassen bieden aanzienlijk hogere opbrengsten en een betere ziekteresistentie dan oudere rassen. Zuiver mannelijke rassen zijn productiever en leven langer dan gemengdgeslachtelijke rassen. Als je waarde hecht aan zaadsoevereiniteit, kies dan liever voor zaadvaste rassen zoals 'Huchels Alpha' of 'Ariane' — deze kun je zelf uit zaad vermeerderen, al vraagt dat wat meer geduld.

Bij witte asperge geldt 'Gijnlim' als een beproefde alleskunner die vroeg uitloopt en fusariumtolerant is. 'Cumulus' scoort met gelijkmatig dikke stengels en goede resistentie tegen aspergeroest. Als je zwaardere grond hebt, zit je goed met 'Rapsody'. Het zaadvaste ras 'Huchels Alpha' is geschikt voor biologische teelt en ontwikkelt een fijn, notig aroma.

Bij groene asperge heeft 'Schneewittchen' zich als klassieker gevestigd, met gelijkmatig groene stengels en een fijne smaak. 'Primaverde' is een zuiver mannelijke hybride met vroege oogst en hoge opbrengst. Voor de avonturiers zijn er paarse rassen zoals 'Burgundine', die bijzonder geschikt is om rauw te eten — de paarse kleur verdwijnt helaas bij het koken.

Verzorging en bemesting

Asperge is een zware feeder en heeft gedurende de hele standtijd een doordachte voeding nodig. In de eerste twee jaar na het planten heeft hij vooral stikstof en spoorelementen nodig. Breng vanaf het voorjaar een organische langwerkende meststof aan, gevolgd door een tweede gift in juni. Verdunde brandnetelgier is een prima aanvullende meststof tijdens het groeiseizoen, maar gebruik die niet tijdens de oogstweken. Vanaf het derde jaar werk je ruim compost of mest tussen de rijen in.

Bij het gieten geldt: regelmatig, maar niet overdrijven. Ongeveer 5 liter per vierkante meter per week volstaat als basisvoorziening, in de warme oogstperiode mag het ook meer zijn. Vooral in het eerste plantjaar mag de grond nooit uitdrogen. Gebruik bij voorkeur regenwater — koud leidingwater kan een koudeschok veroorzaken.

Een mulchlaag van grasmaaisel of compost houdt de bodem vochtig en luchtig en onderdrukt onkruid. Bij witte asperge aard je vanaf maart losse aarde tot ongeveer 35 cm hoog over de planten aan tot een rug. Zwart folie over deze rug versnelt de opwarming. Bij groene asperge kun je in plaats daarvan afdekken met vliesdoek en zo de oogst met ongeveer twee weken vervroegen.

In de herfst knip je het vergeelde loof vlak boven de grond af. Heel belangrijk: gooi het loof niet op je eigen composthoop, want aspergehaantjes en roestsporen kunnen erin overwinteren. Dek het bed daarna af met compost of mulch als winterbescherming.

Ziekten en plagen

Aspergeroest (Puccinia asparagi) is de meest voorkomende schimmelziekte. Vanaf half mei verschijnen geel-oranje vlekken op bladeren en stengels, die later roodbruin tot zwart verkleuren. Het oogstverlies kan 30 procent en meer bedragen. De belangrijkste tegenmaatregel: verwijder in de herfst consequent oud loof en voer het af, want daar overwinteren de sporen. Resistente rassen zoals 'Cumulus' of 'Rapsody' bieden extra bescherming.

De Fusarium-verwelkingsziekte (Fusarium oxysporum f. sp. asparagi) is bijzonder verraderlijk omdat ze niet behandeld kan worden. Aangetaste planten lopen slecht uit, de wortels rotten weg en worden zwart. Luchtige grond met goede waterafvoer en fusariumtolerante rassen zijn de enige preventie. Het naleven van de lange teeltpauze is hier de belangrijkste beschermende factor.

Bij de plaaginsecten is de aspergevlieg (Platyparea poeciloptera) de gevaarlijkste vijand. De larven boren zich in de stengels, die daardoor krom trekken en verwelken. Insectennetten en lijmvallen helpen in de moestuin. Het aspergehaantje (Crioceris asparagi) en het twaalfstippelig aspergehaantje (Crioceris duodecimpunctata) vreten aan scheuten en bladeren. Nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes en sluipwespen helpen tegen plaagdieren.

Oogst en verwerking

Bij asperge hoort geduld. Pas vanaf het derde standjaar mag je oogsten, en dan in het begin slechts ongeveer vier weken, om de plant niet uit te putten. Vanaf het vierde tot vijfde jaar zijn zes tot acht weken oogst mogelijk. Het traditionele einde van het oogstseizoen is 24 juni, Sint-Jan. Daarna laat je alle scheuten staan. Al voor het einde van de oogst laat je per plant minstens drie tot vijf stevige stengels staan om loof te vormen. Het veervormige aspergeloof is geen sieraad, maar noodzakelijk fotosynthese-oppervlak. De plant vult er gedurende de zomer haar ondergrondse opslagwortels mee aan; hoe meer groen loof, hoe beter de uitgangspositie voor het volgende jaar. In de herfst, als het loof geel en droog is geworden, knip je het vlak boven de grond af.

Groene asperge knip je gewoon vlak boven de grond af met een scherp mes, zodra de stengels 15 tot 25 cm hoog zijn en de koppen nog stevig gesloten zijn. Het beste moment is de vroege ochtend, wanneer het suiker- en aromagehalte het hoogst is. In juni kan asperge tot 15 cm per dag groeien — soms moet je twee keer per dag gaan kijken. Te dunne stengels laat je staan, die versterken de plant. Bij witte asperge steek je met een aspergemes 25 tot 30 cm diep in de rug, zodra fijne scheurtjes zichtbaar worden in het grondoppervlak.

Versgeoogste asperge verwerk je het best nog dezelfde dag. Witte asperge blijft in een vochtige doek gewikkeld twee tot vier dagen goed in de koelkast. Groene asperge bewaar je het best rechtop in een glas koud water.